Nieuws uit de PKN

  1. Zo vindt een kleine wijkgemeente haar predikant - een bijzonder beroepingsproces

    Voor het eerst in haar bestaan krijgt de hervormde wijkgemeente (wijk 2) in Berkenwoude een eigen predikant. Met behulp van de mobiliteitspool van de Protestantse Kerk is het mogelijk dat de predikant M.M.J. Verheuvel werkzaam is in twee gemeenten. Lees hier hoe deze unieke samenwerking tot stand kwam en hoe ds. Verheuvel het bijzondere beroepingsproces heeft ervaren.

    Half september is ds. M.M.J. Verheuvel via de mobiliteitspool van de Protestantse Kerk begonnen in de hervormde gemeenten in Berkenwoude en Schoonhoven. Aan het begin van dit jaar werd duidelijk dat beide gemeenten op zoek waren naar een predikant. In Schoonhoven ontstond een vacature voor een kerkelijk werker en Berkenwoude was nog altijd op zoek naar een predikant voor de tweede wijkgemeente. Via de mobiliteitspool konden beide gemeenten gezamenlijk een predikant aanstellen.

    Ds. Verheuvel vertelt, toen nog proponent, hoe deze aanstelling verliep. ´Ik was al wel bekend met de mobiliteitspool, maar omdat ik daar geen interessante vacatures bij zag, heb ik me er niet eerder voor aangemeld. Toen bleek dat Berkenwoude en Schoonhoven samen via de mobiliteitspool een predikant zochten, en daarbij mij nadrukkelijk als kandidaat op het oog hadden, heb ik mij bij de mobiliteitspool aangemeld.´ Op 16 september is ds. Verheuvel bevestigd in beide gemeenten. Wat is hier allemaal aan vooraf gegaan? Een kijkje in de keuken van een bijzonder beroepingsproces.

    Samen beroepen, zoeken èn vinden

    Het mag bekend zijn dat er over het beroepingsproces verschillend gedacht wordt binnen de Protestantse kerk, dit is echter geen belemmering voor de hervormde gemeenten om samen te werken met elkaar en met de mobiliteitspool. Ds. Verheuvel: ´Ik blijf verwonderd over de buitengewoon harmonieuze samenwerking tussen de twee gemeenten. Hoewel er kerkelijk-theologisch veel overeenstemming is tussen Berkenwoude en Schoonhoven, heeft iedere gemeente toch haar eigen identiteit en haar eigen manier waarop zij bij dit beroepingsproces is uitgekomen. Voor Berkenwoude als een zoektocht naar een eerste 'eigen' wijkpredikant, voor Schoonhoven als een manier om samen met de al aanwezige voltijds predikant de hele gemeente pastoraal te kunnen dienen. Ondanks deze verschillen werd samen gezocht en gevonden met respect voor elkaars wensen.´

    ´Ik had niet gedacht dat het samenwerken in de kerk, tussen kerken onderling en met het Dienstencentrum, ook zo goed kan gaan. Voor mijzelf is deze samenwerking – die er overigens ook nu als ik predikant aan het werk ben nog steeds is – een belangrijke positieve kant geweest in het beroepingsproces. Ik heb hierin gezien dat Christus nog zorg blijft dragen voor Zijn Kerk. Tegelijkertijd heeft er ook behoorlijk wat onzekerheid in het beroepingsproces gezeten. Niet eerder was het voorgekomen dat twee gemeenten op deze manier samen een predikant zochten, en dat zorgde voor de nodige vragen aan de mobiliteitspool, die soms ook wat tijd kostten. De mobiliteitspool heeft zich hierin overigens beweeglijk en meedenkend opgesteld. Het beroepingsproces heeft voor mij lang geduurd, en ik was opgelucht toen ik eindelijk 'ja' kon zeggen.´

    Van proponent naar predikant

    De eerste gemeente, die blijft je bij, zeker als het om een bijzondere aanstelling gaat. Een paar maanden is ds. Verheuvel aan het werk als predikant. ´Ik vind het heerlijk om in beide gemeenten als predikant te mogen werken. De hartelijke harmonie waarmee dit beroepingsproces is ingezet, tref ik ook nu aan. Zo bleek de afgesproken werkdagverdeling voor één gemeente af en toe wat minder gunstig te zijn, maar met een beetje flexibiliteit, ook van mijn kant, is dat punt ook weer rechtgetrokken. Daarnaast geniet ik er volop van dat ik nu regelmatig in dezelfde gemeente in de eredienst kan voorgaan. Prekenseries houden, de relatie zien tussen de kerkdiensten enerzijds en catechese, pastoraat, beleid enzovoort anderzijds – ik heb er als proponent altijd al naar uitgekeken, en nu gebeurt dat dan!´

    Werken via de mobiliteitspool

    Hoe gaat dat samen, de theologie van een roeping en werken via de mobiliteitspool, ds. Verheuvel heeft die ervaring scherp op het netvlies door de recente benoeming. ´Ik denk dat het werken via de mobiliteitspool mooie voordelen in zich heeft. Zo ervaar ik het als zinvol om een vorm van begeleiding uit Utrecht te krijgen, bijvoorbeeld in de studiedagen of de telefonische contactmomenten met je begeleider. Wel zou ik andere proponenten willen aanraden om goed na te denken over de aanmelding voor de mobiliteitspool. Onder contract staan bij de Protestantse Kerk voor een paar jaar is niet het doel. Als het wel je doel is, moet je er niet aan beginnen. Uiteindelijk is de mobiliteitspool een middel, een middel om gehoor te kunnen geven aan de roeping die op je is afgekomen en die op je afkomt. Betrek daarbij ook gerust de vraag waarom een voor jou aantrekkelijke gemeente ervoor kiest om via de mobiliteitspool te gaan beroepen. Hoe zien zij jou, wat zien zij in jou?´

    Meer informatie over de mobiliteitspool

    De mobiliteitspool is door de synode in het leven geroepen om het proponenten gemakkelijker te maken om als predikant te beginnen. De kosten voor een predikant liggen voor de gemeente ongeveer 10% lager en de tijdsduur is begrensd tot maximaal vijf jaar.

    Lees hier meer over de mobiliteitspool

    Gerelateerd

     

    Eerder stond in De Waarheidsvriend, wekelijkse uitgave van de Gereformeerde Bond, een berichtover de beroeping van M.M.J. Verheuvel.

     

     

     

  2. ‘Mensen vinden de weg naar God weer’

    Mensen kunnen op het spoor komen van God als ze individueel of in kleine groepen op zoek gaan. Dat is de gedachte achter de pioniersplek Spoorzoeken in Slangenburg. Kloosterwandelingen en stiltedagen brengen je tot jezelf en misschien wel in contact met de Ander.

    Drie jaar geleden startte deze pioniersplek van de Protestantse Gemeente Doetinchem. Een pioniersplek is een nieuwe vorm van kerk-zijn, gericht op een nieuwe doelgroep. In het geval van Spoorzoeken in Slangenburg is de plek, een landgoed bij Doetinchem, heel bepalend geweest voor de inrichting van de pioniersplek. Predikant-pionier Helma van Loon: “Die plek is een mooie kerk, de Slangenburgse kerk midden in het bos, op loopafstand van de Sint Willibrordsabdij. Dat is vanaf het begin benut. We organiseren kloosterwandelingen naar die abdij, en wonen daar een middaggebed bij. We bieden ook natuurwandelingen aan, waarbij het accent ligt op stilte en meditatie. Ook andere activiteiten zijn gericht op meditatie. We focussen op het monastieke. We zijn er voor mensen die op zoek zijn naar een spoor om te gaan in hun leven.”

    Voorrecht

    Helma van Loon werd tweeënhalf jaar geleden, toen ze bevestigd werd als gemeentepredikant in Doetinchem, toegevoegd aan het pioniersteam. “Voor mij was dat heel interessant aan mijn nieuwe werkplek. In mijn vorige gemeente had ik al gemerkt dat mensen de weg naar God weer vinden als ze individueel of in kleine groepen op zoek gaan. De kerk van Slangenburg is verbouwd tot een prachtige plek waar je tot jezelf kunt komen, dingen op het spoor kunt komen die voor jezelf belangrijk zijn, en misschien wel in contact komen met de Ander. Ik vind het een voorrecht om die persoonlijke zoektochten te begeleiden.”

    Hoe nu verder

    Een nieuwe vorm van kerk-zijn is Spoorzoeken in Slangenburg zeker, maar het valt nog niet mee om daarmee een nieuwe doelgroep aan te spreken, ondervindt Helma van Loon. “Mensen die nu komen, zijn vaak mensen die van de kerk vervreemd zijn geraakt. We zouden het mooi vinden om daarnaast ook een andere doelgroep aan te spreken, uit de wijdere omgeving en uit andere delen van het land, bijvoorbeeld door een meerdaags verblijf mogelijk te maken. De stiltedagen die we organiseren zijn zeker in trek, misschien gaan we op dat spoor verder. We hoopten op een verbinding met het kasteel van Slangenburg, als gastenverblijf, of met de Sint Willibrordsabdij. Dat blijkt nog niet zo eenvoudig. Het is natuurlijk ook een geldkwestie.” Op dit moment wordt binnen het pioniersteam besproken hoe de pioniersplek verder gaat. Met de kerkenraad is overleg over de ondersteuning door predikant-pionier.

    Uitdaging

    Helma van Loon is onder de indruk van de Protestantse Kerk die pioniersplekken voor de eerste jaren begeleidt en ondersteunt, onder meer financieel. “Dat is echt lef tonen, zonder de garantie dat het wat oplevert. Het eerste wat drie jaar geleden gezegd werd, is dat er geen succesformule voor pionieren is. Het is uitproberen. Dat ondervinden wij ook. Kerk-zijn gaat niet om de zondagmorgen. Dat is de uitdaging van pionieren.”

    Meer informatie

    spoorzoekenslangenburg.nl

     

     

  3. 400 jaar 'Dordt': een moment om te vieren?

    Het is deze maand 400 jaar geleden dat de Dordtse synode begon. Een synode met een prijs, aldus scriba ds. René de Reuver: raadpensionaris Van Oldenbarnevelt werd onthoofd en de eerste protestantse kerkscheiding was een feit. Maar 'Dordt' heeft ook een waardevolle oogst nagelaten.

    400 jaar geleden werd in Dordrecht de eerste generale (= voor het hele ‘land’) vergadering van de protestanten gehouden. Deze vergadering duurde maar liefst 180 dagen. Hiermee vergeleken zijn onze tweedaagse generalesynodevergaderingen slechts kinderspel.

    De stad Dordrecht viert deze bijzondere synodevergadering uitbundig. Bij de opening van de herdenking in de historische Augustijnenkerk is dan ook de koning aanwezig.

    Ook als kerken laten we ons niet onbetuigd. De feestelijke bijeenkomst in Dordrecht is mede georganiseerd door de werkgroep Nationale Synode. Op de slotdag van de vergadering van de synode van 400 jaar geleden, 29 mei a.s., komt deze nationale synode ook bijeen.

    Ode aan Dordt?

    Voor het voortbestaan en de vorming van de jonge Republiek van de Zeven Verenigde Nederlanden was de synode van eminent belang. Zo ook voor het ontstaan van de gereformeerde kerk in ons land. Sommigen spreken daarom over een ‘ode aan Dordt’. Remonstranten zullen deze uitdrukking niet zo snel gebruiken. De synode leidde immers tot de eerste protestantse kerkscheuring. Voortaan gingen remonstranten en contraremonstranten (gereformeerden) gescheiden wegen.

    Dordrecht viert als ‘stad van historie en cultuur’ de synode van 400 jaar geleden uitbundig. Scheiding van kerk en staat kende men toen nog niet. De jonge Republiek dreigde in die jaren aan onderlinge twisten ten onder te gaan. Prins Maurits besefte als militair strateeg dat eenheid onmisbaar was om stand te kunnen houden tegen Spanje en Frankrijk. Politieke eenheid gedragen door kerkelijke eenheid. De generale of nationale synode moest deze eenheid bewerkstelligen, zo beseften de regeerders van de Staten. Volgens sommige historici maakte het de politiek niet zoveel uit wat de theologische uitkomst van de synodebesprekingen zou zijn, als er maar één lijn uit zou komen. De Staten zouden deze eenheid bevestigen.

    Genade

    Mede door de keuze van prins Maurits voor de gereformeerde leer wonnen de contraremonstranten. Het theologische debat ging over de predestinatie (verkiezing door God), maar draaide om de genade. Om de vraag: is geloof nu voor de volle 100 procent een geschenk van God of is het een geschenk dat de mens moet aannemen, zoals een bedelaar een geldstuk aanneemt om er vervolgens zelf mee aan de slag te gaan.

    Voor theologische fijnproevers: moet een mens door God uitgekozen en wedergeboren worden waarna hij tot geloof komt, of is de wedergeboorte, als een ander mens gaan leven, een bewuste gelovige daad van de mens.

    Nu, 400 jaar later, kan deze discussie ons vreemd voorkomen. Zijn 100% genade en uit dankbaarheid aan de slag gaan met het geschenk van God geen zijde en keerzijde? 400 jaar terug voelde dit anders. Dit theologische verschil van inzicht stond niet op zichzelf. Verschil in spiritualiteiten, die van Luther en Erasmus, botsten op elkaar. De theologische verschillen weerspiegelden politieke verschillen, terwijl de jonge Republiek schreeuwde om noodzakelijke eenheid. Eenheid die veel heeft opgeleverd. Om slechts twee vruchten te noemen: grotere autonomie van de jonge Republiek en de Statenvertaling, de eerste vertaling van de hele Bijbel in het Nederlands.

    Maar ze had ook een prijs: raadpensionaris Van Oldenbarnevelt werd onthoofd en de eerste protestantse kerkscheiding was een feit.

    Lege handen

    De oogst van de synode van Dordt voor de ontwikkeling van de Republiek, voor het ontstaan van ons land dus, en voor kerk en theologie is groot. De ontwikkeling tot de Staat der Nederlanden, de Statenvertaling en De Dordtse Leerregels - een boekje in de taal, begrippen en polemiek van toen, dat gaat over genade als 100% geschenk van God.

    De laatste protestantse lezing ging over deze oogst. Ben Tiggelaar stelde de vraag: Kun je zelf iets van je leven maken, of toch niet? Kortweg: ben je ook als gelovige selfmade of leef je van het geschenk van God? Zeker, deze twee overlappen elkaar, maar als het erop aankomt, waar ligt dan het primaat? Wat is dan het meest doorslaggevend? De lezing liep uit op de oproep je te laten inspireren door Jezus, de verpersoonlijking van Gods liefde. En om je handen niet te laten verkrampen maar leeg te maken. Genieten van lege handen is een waardevolle oogst van Dordt.

    - Scriba ds. René de Reuver


    Gerelateerde berichten:

  4. "Als je echt luistert naar iemand dan kijk je als het ware in de ziel"

    Dorine Keizer komt tijdens haar werk als ouderenpastor verschillende mensen tegen die allemaal hun unieke verhaal aan haar vertellen. Of juist niet. "Niet iedereen is een prater, sommige mensen vinden het gewoon fijn dat je er voor ze bent. Het is echt maatwerk."

    In dit artikel leest u meer over het dagelijks werk van een ouderenpastor en hoe dit de gemeente ondersteunt.

    Dorine is kerkelijk werker in de wijkgemeente Allererf in Veenendaal, speciaal voor de oudere gemeenteleden. "Het werk is heel gevarieerd, zo verzorg ik uitvaarten maar bezoek ik ook mensen die een jubileum vieren, dat zijn natuurlijk heel verschillende ontmoetingen. Omdat ik in een verzorgingshuis bij het ouderenpastoraat heb gewerkt was de stap naar ouderenpastor van een gemeente niet zo groot. Nu ik me bewust op deze doelgroep richt kan ik echt de diepgang zoeken van het pastorale werk."

    "Als ouderenpastor wil je de mensen vertellen: we zien je, we weten dat je er bent, ook al kan je misschien niet meer naar de dienst komen op zondag. Bij de doelgroep behoren ook meer diepgaande gesprekken, mensen vertellen hun levensverhaal. Dit kan heel ondersteunend en helend werken. Ik stel me dienstbaar op: wat heeft u nodig? Of: wat kan ik voor jou betekenen? De breedte van het werk vertaalt zich ook in de breedte van de kerk, iets wat bij deze doelgroep ook sterk uiteen kan lopen, zeker op een plek als Veenendaal.´

    "Het mooiste aan mijn werk vind ik dat ik er mag zijn voor mensen in het licht van God. Het is niet altijd even overzichtelijk werk: aan het begin van de week deel ik mijn afspraken in en mijn agenda ziet er altijd anders uit. Maar als ik op de fiets stap, op weg naar de eerste afspraak dan bid ik of God met mij meegaat. Voorafgaand aan een gesprek richt ik mij op de persoon die ik ga ontmoeten. Vandaag denk ik bijvoorbeeld aan een vrouw wiens echtgenoot recent is overleden. Morgen bezoek ik haar en kijken we samen hoe het leven nu verder gaat. Na afloop van een gesprek bid ik weer: God, ik laat het los en leg het in Uw handen. Dat ervaar ik dan ook zo."

    Bijzondere ontmoeting

    Het overkomt kerkelijk werkers regelmatig, een kijkje in de ziel. Eén ontmoeting van de afgelopen tijd springt er voor Dorine uit. "Tijdens een kennismakingsgesprek ontmoette ik een mevrouw die bijzonder teleurgesteld was in de kerk. Daarnaast had ze het gevoel dat ze niet gezien was en niet gehoord. Ik vroeg haar in de Bijbel op zoek te gaan naar een persoon die haar aansprak, of juist niet. Ze koos voor het verhaal van Hanna, die haar zoontje naar de tempel brengt. Hierover zijn wij in gesprek gegaan, over waarom zij zichzelf in dit verhaal herkende. De eenzaamheid, het gevoel niet gehoord te worden maar ook de blijvende aanwezigheid van God. Samen zijn we steeds meer gaan begrijpen dat geloof toch een rol speelt in haar leven en dat ze mag geloven op de manier die bij haar past. Aan het eind van onze sessie van vier gesprekken vertelde ze mij: 'Er is nog nooit iemand geweest die op deze manier echt naar mij geluisterd heeft.' Dat trof me wel, ik kan dan vertellen ik er namens God mag zijn voor haar."

    Thuisgevoel

    Dorine is vrij recent gestart bij deze gemeente. "Het voordeel is dat je zonder vooroordelen mensen ontmoet en je onderzoekt wat de wederzijdse verwachtingen zijn. Beginnende kerkelijk werkers wil ik graag meegeven dat het belangrijk is dat je de structuur kent van een gemeente. Verder is het goed om op zondag af en toe de kerkdienst te bezoeken. Zo ben je letterlijk zichtbaar. Echt aanwezig zijn zit ook in kleine dingen. Omdat ik op de fiets door de wijk ga ben ik opmerkzaam. Even zwaaien naar die meneer achter het raam kan ook al wat betekenen."

    "Qua werk voel ik me helemaal thuis in Veenendaal en qua geloof vind ik het mooi om te merken dat het een brede gemeente is. Dat is voor mij ook wel een kenmerk van de Protestantse Kerk, alles is er. Voor mij hoeft het niet zo te zijn dat de predikant en ik helemaal theologisch op één lijn zitten, dat verschil is juist ook prettig als mensen zich niet helemaal kunnen vinden in de algemene lijn van een lokale kerk of predikant. Als er maar wederzijds respect is."

    Meer informatie over kerkelijk werk

    Een kerkelijk werker werkt in een gemeente: in pastoraat, diaconaat of missionair werk, in jeugdwerk of catechese. Ook kan een kerkelijk werker actief zijn als geestelijk verzorger in een instelling. Meer informatie en op een informele manier kerkelijk werkers ontmoeten? Of als kerkelijk werker gemeenten leren kennen? Kom dan naar de Meet en Greet voor gemeenten en kerkelijk werkers. Kijk hier voor meer informatie en om aan te melden.

    Meet en Greet voor gemeenten en kerkelijk werkers (30 november)

    Gerelateerd

  5. 100 jaar na de Eerste Wereldoorlog

    11 november om 11 uur 1918 werd de wapenstilstand getekend van de Eerste Wereldoorlog en zwegen de kanonnen. Een vreselijke oorlog kwam ten einde. In het Verenigd Koninkrijk, België en Frankrijk heet deze oorlog nog steeds ‘The Great War’. Nederland was neutraal, maar heeft wel een miljoen vluchtelingen uit België opgevangen.

    Nog steeds worden de verhalen over de loopgraven verteld en in heel Europa wordt aandacht besteed aan de herdenking. Op zondag 11 november staat Openbaring 5 op het leesrooster. Christus wordt aangewezen als degene die de boekrol van de geschiedenis mag openen. We bidden om vrede. Om de komst van zijn Rijk.

    Bij de lezing Openbaring 5

    Wie kan de boekrol openen? De boekrol staat voor het verloop en de afloop van de geschiedenis. Wie heeft de sleutel in handen? Wie kan de geschiedenis tot een goed einde brengen? Er is groot verdriet in de hemel, omdat het erop lijkt dat niemand in staat is dat te doen. Dat is herkenbaar. We hebben de beste bedoelingen en toch gaat het mis. We hopen op vrede en er komt oorlog. Er is groot kwaad in de wereld en mensen zijn in staat daar aan mee te doen. Op een zinloze manier worden honderdduizenden afgeslacht in the Great War, de grote oorlog, de eerste wereldoorlog. Maar er is hoop in handen van het lam, dat daar staat ‘als geslacht. ‘He‘s got the whole world in his hand’, maar het zijn gekruisigde handen. Hij weet van slachting. Hij is het die mensen vrij koopt, die het Koninkrijk nabij brengt en bracht. Voor Hem de aanbidding.

    Gebed:
    Goede God, op deze dag denken we ook terug aan hoe een eeuw geleden een vreselijke oorlog eindigde.
    We kennen de verhalen van pijn, verschrikking en de vele doden die vielen in en rond de loopgraven.
    We danken u voor vrede. We bidden u voor allen, die nú lijden onder oorlog.
    Heer, erbarm U.
    We bidden u voor vredestichters. Zegen hun werk.
    We danken u voor de hoop die er is - dat deze geschiedenis zich niet eindeloos herhaalt maar ergens op uit loopt.
    Laat komen Uw Rijk.
    Amen.

    Liedsuggestie voor deze zondag (passend bij de lezing): lied 756 ‘Laat komen Heer uw Rijk’

    Gerelateerd:

  6. Nog twee dagen om te stemmen op diaconale ‘Smaakmaker van het Jaar’

    Wie wordt de ‘Smaakmaker van het Jaar’? Zeven diaconale initiatieven uit het hele land strijden om die eretitel. Komende zaterdag, tijdens de Landelijke Diaconale Dag, worden de winnaars bekend.

    Van het bieden van tijdelijke woonruimte tot het organiseren van avonden voor mensen met een beperking: overal in het land delen diakenen heel praktisch geloof, hoop en liefde. Voor Kerk in Actie reden om een podium te geven aan een aantal originele initiatieven. Uit de vele nominaties heeft een vakjury zeven diaconale initiatieven geselecteerd die zaterdag kans maken op de titel ‘Smaakmaker van het Jaar’.

    Kanshebbers

    Onder de geselecteerde initiatieven zijn ‘De Paraplu’, een inloophuis voor vrouwen in Rotterdam, het Diaconaal Centrum in Amsterdam, waar allerlei activiteiten voor buurtbewoners worden georganiseerd, en ‘Voor Effies’, een initiatief uit Enkhuizen dat mensen tijdelijk van woonruimte voorziet. Ook het ‘Goedenavondcafé’ uit Driebergen, voor mensen met een beperking, en het project ‘My Home’ uit Borger, dat begeleiding biedt aan psychisch kwetsbare mensen, zijn geselecteerd. Ten slotte behoren tot de kanshebbers nog het initiatief ‘Happen en Trappen’ uit Kamerik en het moestuinproject '’t Sprútsje' uit Oppenhuizen, een samenwerking met een basisschool in het dorp.

    Nieuwe inspiratie

    Er kan nog twee dagen gestemd worden op de zeven initiatieven. Zaterdag vindt vervolgens de Landelijke Diaconale Dag plaats: de dag waarop diakenen, zwo-leden en predikanten uit het hele land bij elkaar komen om nieuwe inspiratie op te doen. Deze dag wordt onthuld wie de ‘Smaakmaker van het Jaar 2018’ is. Vorig jaar kwam Eetgroep HapSnap uit Montfoort als winnaar uit de bus. Het Buddyproject van het Diaconaal Platform Hardenberg won de publieksprijs.

    Aanmelden voor de Landelijke Diaconale Dag is nog mogelijk: kijk voor meer informatie en het aanmeldformulier op kerkinactie.nl. De zeven genomineerde initiatieven vindt u hier.

    Lees ook:

  7. Welke rituelen zijn er voor de gedachtenisdienst?

    In bijna negentig procent van de protestantse gemeenten wordt tijdens de laatste zondag van het kerkelijk jaar stilgestaan bij de mensen die het afgelopen jaar zijn overleden. Het noemen van de namen van de overledenen is altijd een bijzonder en plechtig moment. Welke rituelen zijn er te bedenken om dit moment nog meer betekenis te geven?

    Symbolische handelingen kunnen helpen een overgang te maken; ze markeren het afsluiten van een fase en het ingaan van een nieuwe. Ze geven daarnaast uiting aan een gevoel van verbondenheid met degenen die dezelfde rituelen uitvoeren.

    Rituelen

    • Tijdens het noemen van de namen van de overledenen kan bij iedere naam een kaars worden aangestoken (aan de paaskaars) of er kan een steentje met de naam van de overledene worden neergelegd op een herdenkingstafel. 
    • Op zo’n tafel kunnen waxinelichtjes worden neergezet door iedereen in de kerk die graag een lichtje wil ontsteken voor iemand die ze missen. Kinderen en jongeren kunnen dus ook meedoen.
    • Mocht er een herdenkingshoek zijn, dan kan van tevoren aan gemeenteleden gevraagd worden een bloem mee te brengen die ze daar kunnen neerleggen.
    • Mooi is ook als de gemeente een mooie kaart met een bemoedigende tekst meegeeft aan alle bezoekers in de dienst. Of bestel voor nabestaanden het boekje 'Ik bewaar je', met passende teksten, gedichten en aandacht voor omgaan met verlies.

    “We houden er rekening mee dat er mensen in de dienst zitten die anders niet komen. De dienst duurt niet te lang, bevat veel muziek en niet te veel woorden.”
    - ds. Mirjam Hulzebos, Protestantse Gemeente Britsum-Cornjum-Jelsum

    "Een kruisje met de naam en sterfdatum van een overledene wordt opgehangen in de kerk. Een jaar na het overlijden gaat de wijkouderling of de predikant bij de nabestaanden op bezoek om het kruisje te overhandigen. We hebben dit bedacht om een jaar later nog weer contact te kunnen zoeken.”
    - ds. Jet Lieftink, Protestantse Gemeente Neede

    Hoe zit het met de AVG?

    In het kader van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) kreeg de Protestantse Kerk de laatste maanden vaak de vraag of de naam van een overledene genoemd mag worden in de dienst en vermeld in het kerkblad (met foto). De AVG heeft geen betrekking op overleden personen en verbiedt deze dingen niet. Wel is het goed hierover af te stemmen met de nabestaanden.

     

    Stel uw vraag
    Deze vraag stond als 'Vraag van de maand' in het novembernummer van woord&weg. Heeft u ook een vraag? De dienstenorganisatie denkt met u mee! Stel uw vraag via tel. (030) 880 18 80 (ma t/m do van 09.00 – 21.00 uur, vrij van 09.00 – 16.00 uur) of via info@protestantsekerk.nl.

    Lees ook:

  8. Dankdag na droogte

    Ds. Folkert de Jong van de protestantse gemeente Aalten schreef onderstaand gebed voor dankdag.

    Dankdag na droogte

    Heer onze God,
    Al jaren houden we een dag apart, midden in de week
    een speciale dag om U dankbaar te zijn.
    De zondagse diensten, de dankgebeden thuis,
    zijn eens per jaar niet voldoende. 

    Op deze dag doorbreken we de vanzelfsprekendheid.
    Het is niet 'gewoon zo' dat we er zijn
    dat we voldoende eten en drinken hebben
    dat we lucht hebben om te ademen
    werk om te doen, inkomen, gezondheid.
    Alles wat we voor lief nemen. 

    We voelen dat nog scherper als we het missen
    Dit jaar was een jaar van droogte in Nederland,
    een jaar van een misoogst van uien, aardappelen, suikerbieten.
    Een jaar waarin het moeilijk is geweest voor veel boeren.
    Spanningen over de voortzetting van bedrijven.
    Een jaar waarin ook de natuur het watergebrek heeft gevoeld.

    Heer, er is gebeden voor regen.
    we hebben gevoeld dat het niet vanzelfsprekend is.
    Zeker in een tijd van klimaatverandering en zorgen over het milieu.

    We leven van genade, wat U geeft
    en nemen dankbaar aan wat uw schepping ons geeft.
    Heer, leer ons in die dankbaarheid te leven,
    in dankbaarheid om te gaan met uw wereld. 

    We danken U voor de regen die kwam.
    Het gras dat weer groeide, de maïs die toch weer opkwam
    De inzet van al die mensen die zorgen voor ons eten.
    We danken u voor deze wereld vol leven.
    Vol met dingen die het leven de moeite waard maken.

    We danken u voor iedere zonsopgang en zonsondergang
    voor iedere ademhaling, elk stuk brood, elke slok drinken
    En ook elk moment van geluk, vriendschap
    voor muziek, tv-series, boeken, kunst
    vergeving, liefde en genade.

    Ds. Folkert de Jong (Aalten) 

    Met Hart en Ziel

    In het tv-programma ‘Met Hart en Ziel’ vertelt agrariër Johan Pennings uit Aalten wat dankdag voor hem betekent. Door de droogte heeft dankdag voor hem een andere lading gekregen.

  9. “Kerken kunnen bijdragen aan openheid voor geloof op openbare scholen”

    Kinderen op een openbare basisschool komen niet altijd in aanraking met Bijbelverhalen of christelijke feestdagen. Een gemiste kans? “Wie weet heeft een school dringend behoefte aan een gastles rond een van de christelijke feesten.”

    Sinds lokale kerken niet meer verantwoordelijk zijn voor het godsdienstig vormingsonderwijs (GVO) op openbare scholen (zie kader), is het contact tussen kerken en scholen verminderd. Dat is jammer, vinden (oud-)GVO-docenten Anneke van Wijngaarden en Doretta Hagoort. Van Wijngaarden is inmiddels gepensioneerd, maar haar ogen gaan nog steeds glimmen als ze terugdenkt aan de tijd dat zij zelf godsdienstles kreeg op de openbare basisschool. “Dat waren echt prachtige lessen! Mijn ouders waren niet erg godsdienstig, maar stuurden me wel naar het GVO. Toen ik volwassen was, ben ik zelf als GVO-docent aan de slag gegaan. Ik ging met de kinderen aan de slag met Bijbelverhalen, maar ook met andere verhalen. Ik wilde kinderen laten ontdekken wat het geloof voor mensen kan betekenen.”
    Doretta Hagoort reageert instemmend als Anneke dit vertelt. “We hebben met de Bijbel zoiets moois in handen! Ik mag als GVO-docent op een openbare basisschool niet evangeliseren, maar dat hoeft ook niet. De kinderen vinden de verhalen mooi en gaan er over nadenken. Dat is al heel wat. Die kinderen moeten zelf dingen gaan ontdekken. En ik vind het fantastisch om te zien dat dit regelmatig in mijn lessen gebeurt.”

    Godsdienstig vormingsonderwijs
    Wekelijks ontvangen ruim 55.000 leerlingen op de openbare basisschool 45 minuten godsdienstig (GVO) of humanistisch vormingsonderwijs (HVO) van een daarvoor opgeleide vakdocent. Binnen het GVO bestaat islamitisch, hindoeïstisch, boeddhistisch, protestants en rooms-katholiek onderwijs. Ouders kunnen dit (facultatieve) onderwijs voor hun kind aanvragen. Sinds 2009 is het Protestants Centrum GVO verantwoordelijk voor de protestantse lessen binnen het GVO. Dit centrum is werkgever van de vakdocenten en het eerste aanspreekpunt voor openbare basisscholen. Tot 2009 vervulden lokale kerken of lokale werkgroepen (zoals bijvoorbeeld een IKOS-afdeling) deze rol.


    Meer openheid en begrip

    Ook Hendrik Klaver, pionier bij Kerk op Kop en ouder van kinderen op een openbare basisschool, zou graag meer ruimte voor het GVO zien. “Het vertellen van Bijbelverhalen vind ik niet eens het belangrijkste. Ik zou heel graag zien dat er op scholen een cultuur ontstaat waarbij er meer openheid en begrip is voor wat geloof is en wat het voor mensen betekent.” Toen Hendrik als pionier startte, maakte hij kennis met met allerlei sleutelfiguren uit de wijk zoals het wijkteam, de arts, opbouwwerker en de schooldirecteur. De afwerende houding bij de schooldirecteur vond hij opvallend. “Geloof staat ver weg bij mensen in deze wijk.” Daarnaast proefde hij angst bij de directeur: “Ik vertrouw jou misschien wel, maar welke religieuze mensen komen er dan nog meer langs?”
    De barrière wordt echter niet alleen door scholen veroorzaakt. Ook kerken vertonen vaak een afwijzende houding richting openbare scholen. “Andere ouders spraken ons erop aan dat we voor onze kinderen een openbare basisschool in de wijk kozen. Ik vond dat best schrijnend. Als je zo negatief naar de openbare school kijkt, hoe kun je er dan een goede relatie mee opbouwen?” Bovendien zijn weinig mensen bekend met het GVO. “Ik moet binnen de kerk vaak uitleggen wat voor werk ik doe”, aldus Doretta. Er is heel wat winst te behalen, vindt ze. “Ik geloof dat kinderlevens verrijkt worden door dit onderwijs.”

    Rol van de kerk

    Welke rol kan de kerk dan spelen en waar moet je op letten in het contact met openbare scholen?

    Als er al GVO is op de school:

    • Vergroot betrokkenheid: Bied de GVO-docent aan een gastles te verzorgen of op excursie te komen in de kerk. Zo komt de kerk voor leerlingen dichterbij. Nodig daarnaast een GVO-docent of regiobegeleider eens uit voor een presentatie in een kerkenraadsvergadering of kerkdienst Deze wederzijdse betrokkenheid is de basis voor andere vormen van ondersteuning.
    • Geef aandacht en gebed: Laat vanuit de kerk aan de docent merken dat u het werk belangrijk vindt door af en toe een bemoedigend berichtje naar de docent te sturen en door het werk op te nemen in de voorbeden van de gemeente. Maar vraag de docent ook of u vanuit de kerk iets kunt doen, waardoor de docent beter les kan geven. 
    • Ondersteun GVO financieel: De GVO-docenten krijgen via het PC GVO een beperkte vergoeding voor de aanschaf van lesmateriaal. Vraag of de docent geholpen is bij wat financiële ondersteuning hiervoor. Wellicht is het mogelijk om als kerk aan de GVO-leerlingen van groep 8 een Bijbel te geven.

    Op de site van PC GVO is te lezen wat kerken nog meer kunnen doen.

    Als er geen GVO is op de school:

    • Wees dienstbaar: Ga in gesprek met de directeur om elkaar te leren kennen en te horen wat er op school speelt. Hoe is het met de werkdruk? Hoe tevreden is de directie met de gemiddelde leerresultaten? Hoe geeft men vorm aan de opdracht tot actieve pluriformiteit en hoe gaan ze om met religieuze diversiteit? Kijk vanuit deze betrokken houding op welke manieren er samenwerking mogelijk is. Misschien is dat heel beperkt. Wie weet hebben ze dringend behoefte aan leesopa’s en -oma’s of hebben ze behoefte aan een gastles rond een van de christelijke feesten. Wees hierin dienend naar de school en werk aan het opbouwen van vertrouwen. Dit vraagt in de meeste gevallen tijd en geduld. 
    • Verwijs naar PC GVO: Wanneer er vertrouwen en openheid is kunt u GVO en HVO ter sprake brengen. Wat is de reden dat de school het niet aanbiedt? Wat weet de directeur er al over? Is hij of zij bijvoorbeeld bekend met de meerwaarde ervan? Weet de directeur dat er allerlei mogelijkheden zijn om tegemoet te komen aan eventuele praktische en inhoudelijke bezwaren? Vraag de directeur, wanneer hij/zij geïnteresseerd is, of het goed is wanneer iemand van PC GVO (met of zonder u) hier eens verder over door komt praten. 
    • Attendeer ouders op PC GVO: Veel ouders hebben geen idee van het bestaan van GVO en HVO. De kerk kan een rol spelen bij het informeren van ouders. Dit kunnen zowel ouders zijn die regelmatig een kerkdienst bezoeken als ouders die op een andere manier bij (een project van) de kerk betrokken zijn. GVO en HVO is namelijk allereerst een recht van de ouders. Bij PC GVO is een ouderfolder aan te vragen.

    Contact met PC GVO

    Tegenwoordig speelt PC GVO een belangrijke rol in het contact met scholen, werk daarom samen. Via info@pcgvo.nl of 030-7604808 kunt u contact leggen of zich laten inschrijven voor de nieuwsbrief.

    Meer lezen over de samenwerking tussen kerken en scholen? Ga dan naar schoolenkerk.nl, meld u aan voor de nieuwsbrief of word lid van de Facebookgroep School en Kerk.

    Lees ook:

    (Foto: PC GVO)

  10. Hoe de kerk zich inzet voor gevangenen

    Gevangenen die vrij komen en een nieuw begin willen maken staan voor grote uitdagingen. Want hoe vind je werk, en een plek in de maatschappij? En hoe voorkom je dat je na de detentieperiode opnieuw in de criminaliteit belandt? Kerk in Actie zet zich voor gevangenen in en helpt hen deze vicieuze cirkel te doorbreken.

    Samuel kwam tijdens zijn detentieperiode in contact met Exodus, een partnerorganisatie van Kerk in Actie, en besefte dat hij niet meer opnieuw de fout in wilde gaan. Hij kreeg een plekje in het Exodushuis in Utrecht waar hij met zijn jobcoach een dagbestedingsplek vond bij sportvereniging Kampong. ¨Ik sport al mijn hele leven, dus voelde me gelijk thuis. Er is veel ruimte voor humor en mensen zijn echt geïnteresseerd.¨

    Succes

    Samuel is verantwoordelijk voor het onderhoud van alle velden en gebouwen. ¨Er is altijd wat te doen. Vanaf mijn eerste werkdag heb ik altijd klaargestaan voor de club. Die insteek moet je hebben, je moet er zelf een succes van maken.¨ Inmiddels verdient Samuel zijn eigen geld en is hij trainer geworden. Hij heeft nog altijd fijn contact met collega´s en sporters.

    Nico, federatiemanager van SV Kampong, is erg blij met Samuel. ¨Ik vind dat je als werkgever verplicht bent aan de maatschappij om iemand een tweede kans te geven en te vergeven. Samuel heeft zichzelf snel bewezen. Is altijd op tijd, positief en weet van aanpakken.¨ Nico durft zijn hand ervoor in het vuur te steken dat mensen zoals Samuel extra gemotiveerd zijn om er iets van te maken. Dat iemand met een detentieverleden nog gemotiveerder is dan iemand met een schone lei. ¨Zij doen het niet alleen om geld te verdienen, maar willen écht iets van hun leven maken.¨

    Leven opbouwen

    Met de hulp van Kerk in Actie kunnen gemotiveerde (ex-)gedetineerden zoals Samuel de kans grijpen om definitief uit de criminaliteit te stappen en te werken aan een succesvolle terugkeer in de samenleving. Ze kunnen terecht in een van de elf Exodushuizen, waar ze via een woon- en werkprogramma geholpen worden hun leven na de gevangenschap weer op te bouwen. Ook is er de mogelijkheid voor begeleiding bij zelfstandig wonen en het optrekken met een vrijwillig maatje.

    Meer dan 1.600 vrijwilligers - veelal afkomstig uit kerkelijke gemeenten - zijn actief in de huizen. Ze werken in de huizen, bezoeken gedetineerden of begeleiden kinderen bij een bezoek aan gedetineerde ouders. Jaarlijks ondersteunen zij daarmee 4.000 gevangenen, ex-gevangenen en hun familieleden.

    Zinvolle toekomst

    Het begeleidingsprogramma richt zich op vier sleutels: wonen, werken, relaties en zingeving. Als deze sleutels positief zijn ingevuld, ontstaat er zicht op een zinvolle toekomst in de samenleving. Voorwaarde is dat ook de samenleving zelf wil bijdragen aan die terugkeer.

    Collecte Kerk in Actie en Paasgroetenactie voor gevangenen

    Op zondag 11 november wordt er in de kerken in Nederland gecollecteerd voor het werk van Exodus. In de veertigdagentijdcampagne organiseert Kerk in Actie ook de jaarlijkse Paasgroetenactie. Gemeenteleden van de protestantse kerken kunnen dan een Paasgroet sturen aan gevangenen in binnen- en buitenland. Voor gedetineerden is het bemoedigend als ze kaarten krijgen, zeker als daar ook nog iets persoonlijks op staat. Op deze manier weten ze dat er aan hen gedacht wordt.

     

  11. Vieren, een feest voor iedereen? In gesprek over liturgie

    Liturgie en eredienst vormen het hart van de christelijke gemeente. En deze liggen ook veel mensen na aan het hart. Hoe voer je in de gemeente een goed gesprek over liturgie, van hart tot hart?

    Een rustpunt, een moment van bezinning, een plek waar ik opgeladen word, ontmoeting met elkaar en met God, de plek om met elkaar de lofzang gaande te houden, zingend geloven. Zo maar enkele reacties op de vraag: ‘Wat betekent de eredienst voor jou?’ Voor velen is de zondagse kerkdienst een belangrijk moment voor geloven en gemeente-zijn.
    Veel gemeenten zijn ook op zoek naar manieren om nieuwe impulsen te geven aan de eredienst, eigentijds, met nieuwe vormen en meer interactief, niet alleen voor de zondagse viering in de kerk, maar ook voor andere momenten en plaatsen door de week. Ook bij veel nieuwe vormen van kerk-zijn zoals pioniersplekken, monastieke initiatieven, kliederkerken en leefgemeenschappen zoekt men manieren om te vieren op een hedendaagse manier.
    Kortom, er is veel in beweging in de liturgie en over de liturgie. In het veelkleurige landschap van de kerk, van plaatselijke gemeenten en van vernieuwende initiatieven - als een mozaïek van kerkplekken - is eredienst en liturgie vaak onderwerp van gesprek.

    Een goed gesprek...

    Hoe voer je nu een goed gesprek over liturgie in een geloofsgemeenschap, vaak met verschillende stromingen en een scala aan wensen en voorkeuren? En wat is een goed gesprek eigenlijk?
    Een goed gesprek is een gesprek van hart tot hart over geloven, je drijfveren, wat ons troost, opbeurt, bemoedigt, blij maakt. Dat kan gaan over twijfels, vragen en vergezichten. Over plezierige dingen, over zorgelijke dingen die jou bezighouden, je deelt je leven, leeft mee met elkaar, vormt een geloofsgemeenschap.
    Een geloofsgesprek, je bezinnen op de basis, is hierbij een goed begin: een gesprek over je geloof in God en je naaste, alles begint met het gesprek daarover, binnen kerkmuren en daarbuiten. Het klinkt eenvoudig, maar de praktijk kan weerbarstig zijn. Geloven raakt immers aan onze kern en geef die maar eens bloot …

    Vijf spelregels voor een goed (geloofs)gesprek

    • Luister, stel verhelderende vragen.
    • Het gaat niet om gelijk hebben of krijgen, het gaat om het delen van elkaars geloofs- en levensverhaal. Eventuele spanning kun je laten bestaan, de verschillen hoeven niet gladgestreken te worden.
    • ‘Proef elkaars nieren’: zie elkaar, peil en doorgrond elkaar.
    • Voer geen discussie, maar een luisterende dialoog.
    • Lees samen in rust de Bijbel op de manier van de lectio divina: lezen, stil zijn, reageren op de tekst, naar elkaar luisteren, herhalen.

     

    … over liturgie

    Het vieren van de dienst van God aan mensen en de dienst van mensen aan God - de liturgie - komt tot ons via de Bijbel en via een eeuwenoude traditie. Tegelijkertijd is wat er gebeurt in de eredienst heel persoonlijk. Het gesprek daarover kan spannend en kwetsbaar zijn. Hoe kunnen we dat in goede banen leiden?
    In het pastoraat kan muziek een belangrijke functie hebben. Wat niet met woorden valt te zeggen, kun je soms wel met muziek uitdrukken. In een gesprekskring bijvoorbeeld kan het zingen van liederen, meer en minder bekend, en de uitwisseling daarover de vorm krijgen van een geloofsgesprek.
    Met kinderen en jongeren kun je aan de hand van speelse werkvormen de vorm en de betekenis van de zondagse eredienst verkennen (ga hiervoor naar protestantsekerk.nl/liturgie).
    Het kiezen van je lievelingslied, het verhaal erachter - wat maakt dat je dit lied graag zingt ? - en vervolgens dat lied met elkaar zingen, is een benadering die op verschillende manieren vorm kan krijgen: als onderdeel van een kerkdienst, op een gemeentebijeenkomst over de eredienst of in het bezoekwerk (samen lezen van het lied is een alternatief, als zingen niet lukt).
    De vraag ‘Wat is voor jou waardevol in de eredienst en wat mag veranderen?’ kan een goed begin zijn voor een gesprek over ideeën over en verwachtingen van de eredienst.

    Liturgie en eredienst vormen het hart van de christelijke gemeente. En deze liggen ook veel mensen na aan het hart. Vieren en gedenken, bidden en zingen, Woord en antwoord, uitbundig feestelijk en sober ingetogen. De moeite waard om er een goed gesprek over te voeren!

    Dit artikel werd geschreven door Jaap van der Giessen, verbindend specialist missionaire eredienst. Meer lezen? Ga naar protestantsekerk.nl/liturgie.

    Leestips

  12. Afwijzing van haat en het leven liefhebben. Speciale synagogedienst nav aanslag in Pittsburgh

    Met afschuw heeft de Protestantse Kerk kennisgenomen van de aanslag op 27 oktober jl. in de Tree of Life-synagoge in Pittsburgh. Een aanslag als deze wakkert gevoelens van onveiligheid bij Joden wereldwijd aan, en daarom wil de Protestantse Kerk de Joodse gemeenschap in Nederland een hart onder de riem steken.

    Op vrijdagavond 2 november a.s. organiseert het Nederlands Verbond voor Progressief Jodendom, in samenwerking met de Liberaal Joodse gemeente Amsterdam, een speciale erew sjabbat dienst, aan de Zuidelijke Wandelweg 41 in Amsterdam om 20.00 uur. Er is de open uitnodiging om massaal naar de synagoge te komen om solidariteit met de slachtoffers te betuigen en de wereld te laten zien dat Joden het leven liefhebben en de haat afwijzen. Dit ongeacht tot welke kerk of richting je ook behoort. Sprekers zullen zijn rabbijn Menno ten Brink, consul-generaal van de Verenigde Staten Joe A. Parente en de voorzitter van het Verbond Ron van der Wieken.

    Het zou mooi zijn als er vanuit de Protestantse gemeenten verschillende mensen aanwezig zijn om mee te leven en te laten zien dat liefde sterker is dan de dood.

    Eeuwout Klootwijk, werkzaam voor Kerk en Israël/joods-christelijke relaties

     

  13. Kerkasiel is een eeuwenoud fenomeen

    De Protestantse Kerk in Nederland bewondert het kerkasiel in kerk- en buurthuis Bethel. Kerkasiel is van alle tijden, het gaat zelfs terug tot de 6e eeuw. Lees hier meer over het kerkasiel en de eeuwenoude traditie om voortvluchtigen een veilige plaats te bieden.

    Geschiedenis van kerkasiel

    Tussen 1978 en 2000 werd bij elkaar 52 keer kerkasiel verleend. Na 2000 nam de noodzaak van het asiel af, omdat uitgeprocedeerde asielzoekers nauwelijks actief werden uitgezet. Toch zijn er de laatste jaren weer gevallen van kerkasiel, mogelijk door het aangescherpte asielbeleid en de lange weg naar een kinderpardon.

    De term kerkasiel komt als eerste voor in 1978, maar het principe werd al in de 6e eeuw bepleit aan de hand van de bijbeltekst Exodus (21:13) en in praktijk gebracht door bisschop Gregorius van Tours. In de middeleeuwen werd de kerk vaak als vrijplaats gebruikt tijdens vetes en oorlogen. In 1986 verklaarden de Groningse en later de Nederlandse Raad van Kerken dat kerkgebouwen voor vluchtelingen konden worden opengesteld.

    Een overzicht van gevallen van kerkasiel in Nederland

    Na De Franse revolutie, die het idee van de scheiding tussen rechterlijke macht en regeringsmacht en de scheiding tussen Kerk en Staat in Europa vestigde, kwam er een einde aan het principe van vrijplaatsen, waar vervolgden konden schuilen. Voortaan werden burgers door de rechterlijke macht beschermd tegen mogelijke misstappen van het staatsgezag.

    Sindsdien zijn kerken nog steeds gebouwen waar mensen naartoe vluchten, al is het niet officieel. Toch laat de geschiedenis zien dat deze plaats een zekere vorm van bescherming kan bieden. Slechts sporadisch is de Nederlandse politie een kerk binnengegaan om gevluchte personen te arresteren. Bekijk hier het historisch overzicht van kerkasiel uitgevoerd door Stichting INLIA. 

    In 1978 zochten '182 kerk-Marokkanen' hun toevlucht in de de Amsterdamse kerk De Duif. Zij konden, na langdurige onderhandelingen, de kerk verlaten met een verblijfsvergunning op zak. Een jaar later zocht een groep christelijke Turken toevlucht in de Sint-Janskerk in Den Bosch.

    In 1980 veroorzaakte de dreigende uitzetting van gastarbeiders een golf van kerkasiel. Met steun van het grootste deel van de Tweede Kamer hield de toenmalige staatssecretaris Haars van Justitie zich het recht voor de illegalen in de kerk te arresteren. Tegen die opvatting demonstreerden toen meer dan 10.000 mensen in Amsterdam. Het kwam uiteindelijk niet zover dat de kerken zijn binnengevallen.

    In 1986 laaide de kwestie weer op toen de Groningse Raad van Kerken als 'signaal tegen het tekortschietende vluchtelingenbeleid' in twee Groningse kerken een tiental met uitzetting bedreigde vluchtelingen ondergebracht had. Ook in Lochem bevond zich een aantal Tamils in een kerk. Na twee maanden onderhandelen met de staatssecretaris verlieten de vluchtelingen de kerk.

    In 1988 zochten dertig Koerdische hongerstakers bescherming in de Rotterdamse Pauluskerk. In 1989 deed een zestigtal Assyrische christenen hetzelfde in tien kerken in het hele land. Hoewel een politieoptreden door de staatssecretaris in beide gevallen niet werd uitgesloten maakten ook hier onderhandelingen een einde aan het kerkasiel.

    Charter van Groningen

    In 1986 kwam er een officieel standpunt over kerkasiel en verklaarde de Nederlandse Raad van Kerken dat kerkgebouwen gebruikt konden worden om vluchtelingen op te vangen. In 1988 werd het ‘charter van Groningen’ ondertekend door verschillende Europese kerken. Dit had gevolgen, want in 1989 zocht een groep Syrische orthodoxe vluchtelingen hun toevlucht in een aantal Nederlandse kerken. Twee jaar later, in 1991, gebeurde hetzelfde door een groep Vietnamese asielzoekers en een groep Palestijnse vluchtelingen.

    In 1995 heeft een groep afgewezen Zaïrese asielzoekers onderdak gekregen in de Oranjekerk in Amsterdam en hier zie je de term estafettekerkdienst voor het eerst voorkomen, zoals ook in de Bethelkerk. Oftewel: Een voortdurende kerkdienst. In dit geval betekende dat ook: andere kerken nemen de Zairezen na zes weken over, onder andere de Keizergrachtkerk huisvestte de vluchtelingen.

    Na 1995 kwamen er nog tientallen gevallen voor van kerkasiel. Het meest recent in het geheugen is de 'Vluchtkerk', een initiatief uit 2012 waarbij een kleine gemeenschap vluchtelingen in de Sint Jozefkerk te Bos en Lommer ging wonen. Hier werd niet beroepen op het kerkasiel maar werd wel 'toevlucht gezocht in een kerkgebouw' en de discussie over het asielbeleid kwam daardoor op gang.

    Kerkasiel: Niet officieel, wel effectief

    Kortom, kerkasiel of toevlucht zoeken tot een kerkgebouw is van alle tijden en kerken vandaag de dag laten zich inspireren door degenen die zijn voorgegaan. Hoewel kerkasiel officieel niet bestaat, is het een waardevol principe uit de tijd toen de kerk nog wel een privilege had om vluchtelingen op te vangen. De Nederlandse overheid heeft meermaals verklaard zich niet door kerkasiel gebonden te achten, maar gedwongen uitzetting uit kerken is achterwege gebleven. Dit bijzondere asiel kan een uitzetting tijdelijk tegenhouden en een onderhoudende discussie op gang helpen over het kinderpardon en verruiming van het asielbeleid.

    Bronnen: Nexis, ISgeschiedenis.nl, Amnesty.nl, NRC Handelsblad (1991).

    Gerelateerd:

  14. De Protestantse Kerk, het kinderpardon en kerkasiel

    Op dinsdag 30 oktober om 19.30 uur gaat ds. René de Reuver, scriba generale synode, voor in de doorlopende kerkdienst in de Bethelkapel in Den Haag. Dat doet hij op uitnodiging van de protestantse gemeente Den Haag. Deze gemeente organiseert deze kerkdienst in het kader van het kerkasiel dat deze gemeente verleent aan de familie Tamrazyan.

    Hij preekt over het Bijbelverhaal van de Barmhartige Samaritaan: "Naaste zijn, daar worden we in het evangelie toe geroepen. Regels, zelfs de allerbeste, kunnen je beletten naaste te zijn. (...) Jezus minacht geen regels en wetten. Hij geeft ze een ziel: innerlijke ontferming, bewogenheid tot in je ziel. Dat maakt een mens tot naaste."

    Kinderpardon

    De Protestantse Kerk pleit al jaren voor een ruimhartig kinderpardon. Ds. René de Reuver: "De zorg voor de vreemdeling loopt tenslotte als een rode draad door de christelijke traditie. Als Protestantse Kerk proberen we navolgers te zijn van Jezus. Bij Jezus staat het belang van ieder mens - en juist ook kinderen - voorop."

    Samen met met een grote groep maatschappelijke organisaties, zoals bijv. Defence for Children en stichting INLIA, roept de Protestantse Kerk (via Kerk in Actie) al sinds 2004 op tot een ruimhartige regeling voor migrantenkinderen die langer dan vijf jaar in Nederland zijn. Kerk in Actie bemiddelt regelmatig voor plaatselijke gemeenten die te maken hebben met migranten die in de knel komen door de huidige regelingen.

    De Protestantse Kerk spreekt zich niet uit over individuele gevallen. Maar individuele gevallen - zoals Howick en Lili of de familie Tamrazyan - geven wel een gezicht aan het feit dat er een betere regeling voor deze kinderen nodig is. Juist dit bepleit ds. René de Reuver in het boek ‘Van migrant tot naaste - plaatsmaken voor jezelf’: Maak migratie persoonlijk. Migranten zijn mensen met een biografie.” Dit boek verschijnt half november 2018.

    Kerkasiel

    Er kan gesproken worden over kerkasiel als

    • kwetsbare vluchtelingen hun toevlucht zoeken in een kerk
    • een plaatselijke kerkelijke gemeente hen gastvrijheid biedt in de vorm van een doorgaande kerkdienst
    • en de intentie is om samen met de overheid te zoeken naar een oplossing die voor alle betrokkenen aanvaardbaar is.

    Kerkasiel is een vorm waarin leden van de kerk die samen een geloofsgemeenschap vormen, kritiek tot uitdrukking kunnen brengen op de wijze waarop de staat met asielzoekers omspringt. Hiermee stelt de kerk zich niet 'boven de wet', maar eerder 'naast de wet'. De kerk doet geen beroep op een 'meerwaarde', maar zij representeert wel een 'andere waarde'. (Bron: Overwegingen rond kerkasiel, Raad van Kerken 1999). Kerkasiel wordt al sinds de 17de eeuw ingezet. Tussen 1980 en 2000 werd bij elkaar 52 keer kerkasiel verleend.

    De Protestantse Kerk erkent de keuze van plaatselijke kerken om in uiterste nood tijdelijke bescherming te bieden door middel van kerkasiel. Ds. René de Reuver: "Kerkasiel is een uiterste redmiddel. Tijdens de doorlopende kerkdienst zal ik vanavond vooral bidden. Zeker ook om wijsheid voor politici in dit soort moeilijke situaties.”

    Gerelateerd:

  15. FRIS: betere ondersteuning bij financiële rapportages

    Alle diakenen en kerkrentmeesters kunnen nu aan de slag met het nieuwe online Financieel Rapportage en Informatie Systeem (FRIS), waarmee het indienen van begrotingen en jaarrekeningen voortaan een stuk eenvoudiger wordt. Projectleider Gijs van Ballegooijen licht het nieuwe systeem toe.

    Vertel eens:
    ‘Als lid van het Classicale College voor de Behandeling van Beheerszaken (CCBB) Noord-Brabant, Limburg en Réunion Wallonne en door mijn achtergrond in IT raakte ik betrokken bij FRIS. Waar gemeenten voorheen hun begroting en jaarrekening op verschillende manieren aan de classicale colleges aanleverden, gaat dit met FRIS nu uniform. Niet alleen handig voor de CCBB’s, die de financiële situatie van gemeenten beoordelen, maar vooral voor de gemeenten zelf.’

    Kost het extra tijd?
    ‘Voor gemeenten die nu met eigen modellen voor begroting en jaarrekening werken, kost het inderdaad de eerste keer extra tijd. Maar heb je eenmaal een begroting ingediend, dan gaat het daarna een stuk sneller. FRIS onthoudt vergelijkende gegevens en is gekoppeld aan LRP, waardoor de ledengegevens al zijn ingevuld. Alle gegevens worden bovendien centraal opgeslagen, veilig en ideaal als een penningmeester het stokje overdraagt: de nieuwe gebruiker kan meteen verder.’

    Zijn er nog meer voordelen voor een gemeente?
    ‘Omdat iedereen op dezelfde manier aanlevert, kunnen de CCBB’s de financiële situatie van een gemeente efficiënter en effectiever in kaart brengen. Ze kunnen wijzen op potentiële financiële risico’s. Daar heb je ook wat aan bij het beroepen van een nieuwe predikant of het doen van een investering. Naast de rapportage naar het CCBB ondersteunt FRIS ook het voortraject. Een begroting kan eerst in concept gebruikt worden in het overleg met de colleges en de kerkenraad. Met het kant-en-klare ANBI-rapport voor de website helpt FRIS de gemeenten aan de ANBI-richtlijnen te voldoen. Hiermee is de fiscale aftrekbaarheid van giften gewaarborgd. Dat is van groot belang voor het geefgedrag van leden.’

    Wanneer is FRIS operationeel?
    ‘Voor de zorgvuldigheid werken we in fasen. We starten met de begroting 2019. Penningmeesters en administrateurs uit verschillende gemeenten en CCBB-beoordelaars hebben het systeem uitgebreid getest, waarna gevonden fouten zijn verholpen. Vanaf begin 2019 kan de jaarrekening 2018 met FRIS worden ingediend. In een volgende fase wordt het maken van meerjarenramingen toegevoegd. Zo helpt FRIS de gemeenten straks ook om verder vooruit te kijken.’

    FRIS stap voor stap

    • Stap 1: Indieners kiezen Kies twee indieners, een voor de diakenen en een voor de kerkrentmeesters, en meld hen in LRP aan. 
    • Stap 2: Inloggen De in LRP aangemelde indieners openen FRIS, ontvangen hun inloggegevens en gaan van start. 
    • Stap 3: Invullen Vul alle gegevens voor de begroting of jaarrekening in. Hierbij maakt u gebruik van het door het Generale College voor de Behandeling van Beheerszaken (GCBB) vastgestelde rekeningschema dat u hebt ontvangen. Zaken die niet voor u van toepassing zijn, slaat u over. 
    • Stap 4: Publiceren Download het rapport van begroting of jaarrekening en gebruik dit voor het kerkordelijk voorgeschreven proces van ‘goedkeuring, publicatie en vaststelling’. Download het verkorte overzicht voor bijvoorbeeld website of kerkblad. 
    • Stap 5: Indienen Klik op de knop ‘indienen’. Het CCBB gaat dan aan de slag. Beoordelaars - met een degelijke financiële achtergrond - beoordelen uw stukken. Zijn er geen bijzonderheden, dan ontvangt de kerkenraad hierover bericht. Is er iets dat extra aandacht nodig heeft, dan neemt het CCBB contact op.

    Wanneer?

    Vanaf 15 oktober kunt u de begroting 2019 indienen via FRIS. In december 2018 is het systeem klaar voor de jaarrekening 2018. Beide zijn facultatief, dus u kiest zelf of u FRIS gebruikt of op de ‘oude’ manier uw stukken indient. Voor de begroting 2020 en de jaarrekening 2019 is het gebruik van FRIS verplicht.

    De voordelen
    Snel Diakenen en kerkrentmeesters zijn minder tijd kwijt aan het opstellen en indienen van jaarrekeningen en begrotingen.
    Uniform De standaardmodellen die het GCBB voor financieel beheer heeft vastgesteld zijn de leidraad voor FRIS. Hierdoor werkt iedere gemeente op dezelfde manier en wordt ook hetzelfde beoordeeld.
    Transparant Het kant-en-klare rapport uit FRIS voldoet aan de ANBI-eisen en is begrijpelijk voor kerkenraadsleden en gemeenteleden.
    Proactief FRIS helpt gemeenten om vooruit te kijken en proactief financiële keuzes te maken.

     

    Op protestantsekerk.nl/fris vindt u instructiefilmpjes, de handleiding bij FRIS en veelgestelde vragen.

Ga naar boven
JSN Boot template designed by JoomlaShine.com