Nieuws uit de PKN

  1. Zingen = bidden

    Het nieuwe 'Liedboek - zingen en bidden in huis en kerk' bestaat vandaag precies vijf jaar. Emerituspredikant Reinder Reitsma zou graag zien dat er meer gebruikgemaakt wordt van de vele extra’s die het Liedboek biedt.

    Liturgische gezangen
    ‘In het nieuwe Liedboek staan, naast strofische liederen (met coupletten), ook liturgische gezangen zoals een Kyrie en Gloria. Daarnaast biedt het acclamaties voor bij de Bijbellezingen, antifonen, drempelgebeden, gezongen gebeden zoals het Onze Vader, en canons die een mooie verrijking van de eredienst kunnen vormen. Het is fijn en mooi om deze liederen samen te zingen, vooral met een meerstemmig zingende cantorij.’

    Getijdengebed
    ‘Erg handig is de opgenomen orde voor een getijdengebed (190a). Veel gemeenteleden zijn weleens in een klooster geweest en vinden het mooi om deze traditie ook in de kerk te ervaren. Als predikant sta je met deze officiële versie sterk bij de introductie van een vesper of morgengebed in de kerk, pioniersplek of andere kleine kring. Begin eerst met deze orde, daarna kun je varianten kiezen.’

    Gezongen tafelgebeden
    ‘Er zijn verschillende gezongen tafelgebeden aan het Liedboek toegevoegd. Voor sommige daarvan heb je een cantorij nodig, bij andere zingt de voorganger zelf voor. De gebeden zijn inhoudelijk erg mooi, de muziek voegt daar nog een diepere laag aan toe. Zingen is dubbel bidden. Kerkgangers waarderen het erg als we tijdens de avondmaalsviering deze gebeden zingen.’

    Teksten en gebeden
    ‘Het nieuwe Liedboek biedt een aantal gesproken gebedsteksten, meditatieve teksten en gedichten ter overweging. Thuis met gasten, tijdens een gemeenteviering, kerkenraadsvergadering, gespreksgroep of pastorale ontmoeting kun je dus bidden of voorlezen uit het Liedboek of een kort lied zingen dat juist voor die gelegenheid is bedoeld. Andere aanwezigen kunnen het Liedboek er bijpakken en de tekst meelezen.’

    Psalmvariaties
    ‘Naast de honderdvijftig psalmen uit het oude Liedboek heeft deze nieuwe versie daarop ook variaties. Dezelfde psalm op een Engelse melodie bijvoorbeeld. Daarnaast zijn er Engelse, Duitse en nieuwe Nederlandse liederen uit liedbundels als Gezangen voor Liturgie toegevoegd, plus heel wat psalmen van Huub Oosterhuis en Sytze de Vries. Sommige daarvan zijn prachtig en echt van deze tijd. Heel fijn om ook daaruit te kunnen putten.’

    Meer informatie: liedboek.nl

    Tekst: Wieger Favier

    Kinderliederen uit het liedboek
    Op de cd ‘Met hart en ziel III’ staan 80 kinderliederen uit het liedboek. De cd volgt het 'Lied van de week' volgens het kerkelijk jaar. Uitgave BV Liedboek i.s.m. JOP, Jong Protestant. Te bestellen via jop.nl/webwinkel (€ 19,95).

    Dit artikel verscheen eerder in het meinummer van woord&weg.

  2. Dat smaakt naar meer: prikkelen, verrassen en confronteren

    Tijdens de Open Monumentendag en de Kerkproeverij bezoeken veel mensen de kerk. Hoe zorg je ervoor dat ze naderhand nog eens terugkomen?

    Leren van de Museumweek

    Kerken kunnen misschien wel een voorbeeld nemen aan musea, die tijdens de Nationale Museumweek nieuwe bezoekers proberen te verleiden tot frequenter museumbezoek. Mirjam Moll, manager Promotie & Platform bij de Museumvereniging, vertelt over een bijzondere campagne.

    ‘We hebben het museumweekend 33 jaar lang georganiseerd. We merkten echter dat daar vooral museumbezoekers op afkwamen die hun bezoek uitstelden omdat het in dat weekend gratis was. We besloten het daarom anders aan te pakken. Dit jaar organiseren we voor de vierde keer de Nationale Museumweek. Tijdens die week willen we zo veel mogelijk nieuwe bezoekers prikkelen, verrassen en confronteren met al het moois dat in de musea te zien is. Daarom laten we ons vooral buiten het museum zien en horen.’

    Hoe bereikt u die mensen?
    ‘Er zijn ruim vierhonderd musea in Nederland, dus er is er altijd wel eentje bij jou in de buurt. Misschien is dat niet altijd bekend, vandaar dat we van ons laten horen op sociale media en online. Daarnaast hebben we de campagne ‘Ons Echte Goud’. We kiezen ieder jaar pronkstukken die we op een bijzondere manier tot leven brengen. Zo hebben we een 16-eeuws mesheft uit het Zeeuws Museum als 20 meter hoog gouden standbeeld op de markt in Middelburg gezet. Zoiets moet je natuurlijk meerdere jaren doen, om in het geheugen van mensen te belanden en om op de lange termijn binding met museale collecties te krijgen.’

    Hoe verleidt u die nieuwe bezoekers tot meer?
    ‘Mooie tentoonstellingen zijn de basis, maar we proberen ook extra aantrekkelijke activiteiten te organiseren. Het publiek wil graag iets persoonlijks ervaren of beleven. Dus in de musea worden rondleidingen en kijkjes achter de schermen gegeven. Uit onze onderzoeken blijkt dat mensen het steeds belangrijker vinden om samen op pad gaan. We zien ook dat spellen het goed doen, zoals het museumdobbelspel in het Kröller-Müller Museum. Dat is voor alle generaties. Overigens zien we ook dat bezoekersaantallen in musea toenemen en dat het publiek breder wordt. Onder Museumkaarthouders zijn de verschillende lagen uit de samenleving steeds beter gerepresenteerd. Geweldig.’

    Hebt u tips voor kerken?
    ‘De mensen die al naar de kerk gaan zijn natuurlijk je ambassadeurs: zet die in. Ik kan me goed voorstellen dat je hen vraagt om eens iemand mee te nemen die niet of zelden naar de kerk gaat. En trek ook samen op als kerken, organiseer een gezamenlijk evenement dat ervoor zorgt dat je een week of een weekend lang zichtbaar bent in de publieke arena. Kies gezamenlijk een hashtag en gebruik die op social media. Sla de handen ineen!’
    Kijk voor meer informatie op www.nationalemuseumweek.nl.

    Kerkproeverij

    Minstens 450 kerken van allerlei kerkgenootschappen hebben vorig jaar meegedaan aan een uniek experiment: de eerste Nederlandse Kerkproeverij. Kerkgangers nodigden vrienden, buren of collega’s vrijblijvend uit mee te gaan naar een kerkdienst. Dit jaar is de kerkproeverij in het weekend van 15 en 16 september. Nynke Dijkstra-Algra van het team Missionair Werk van de Protestantse Kerk deelt een aantal ervaringen na de kerkproeverij vorig jaar.

    • Trek de stoute schoenen aan. Dijkstra-Algra: ‘De ervaring leert dat mensen het helemaal niet gek of raar vinden om uitgenodigd te worden. Het zijn eerder de mensen uit de kerk die niet opdringerig willen zijn en daarom twijfelen om iemand uit te nodigen.’
    • Wees niet bang dat uw genodigde niet komt. Uit een enquête is gebleken dat één op de drie mensen gehoor gaf aan een uitnodiging. ‘Maar’, zegt Dijkstra-Algra: ‘het succes ligt niet bij het aantal mensen dat komt, maar bij de gesprekken die ontstaan rond de uitnodiging.’
    • Probeer de uitnodiging persoonlijk te maken. Een flyer door de brievenbus zal waarschijnlijk minder goed werken. Dijkstra-Algra: ‘Persoonlijk uitnodigen gaat net een stap verder.’
    • U staat niet alleen. Of zoals Dijkstra-Algra zegt: ‘Dit is een landelijke campagne, we doen het met z’n allen.’ Kijk bijvoorbeeld eens op kerkproeverij.nl, waar u zich ook kunt inschrijven voor een nieuwsbrief. Kijk voor meer campagnematerialen op raadvankerken.nl.

    Open Monumentendag

    Kerkt uw gemeente in een monumentaal gebouw? Van de 2.217 kerkgebouwen binnen de Protestantse Kerk in Nederland heeft maar liefst 56 procent een monumentenstatus. In het weekend van 8 en 9 september is het Open Monumentendag, een kans om bezoekers kennis te laten maken met uw kerkelijke gemeente. Dit kunt u doen om van hun bezoek net iets meer te maken:

    • Organiseer een fotografiewedstrijd. De mooiste foto’s van de kerk worden geëxposeerd.
    • Nodig bezoekers uit voor een bijzondere kerkdienst en maak bijvoorbeeld een koppeling met de kerkproeverij in het weekend van 15 en 16 september.
    • Nodig een kerkelijk koor uit om te komen zingen tijdens de Open Monumentendag of vraag een organist om te spelen.
    • Zoek op tijd contacten met plaatselijke media om activiteiten in uw kerk aan te kondigen.

    Dit artikel is eerder verschenen in het meinummer van woord&weg. Meer lezen over zichtbaar zijn als kerk? Neil Pugmire schreef een boek vol praktische adviezen en inspirerende voorbeelden: Kijk, de kerk!

    Lees ook:

  3. Heleen Haasdijk: "Het ontzorgen van de gemeente, daar gaan we voor"

    Heleen Haasdijk is medewerker van de mobiliteitspool. In dit interview blikken we terug op het vierjarig bestaan van de mobiliteitspool. "Predikanten tijdelijk in dienst nemen, dat is de kracht van de pool."

    Heleen Haasdijk: "In de mobiliteitspool gaat het met name over proponenten, oftewel predikanten die voor het eerst ergens aangesteld worden, maar het gaat ook over kerkelijk werkers, jeugdwerkers en interim-predikanten. Kortom, bijna alle krachten die een gemeente op tijdelijke basis nodig zou kunnen hebben. De pool is een middel om beginnende predikanten tijdelijk aan te stellen, dat is bijzonder omdat normaal gesproken een predikant alleen maar beroepen kan worden voor onbepaalde tijd. Iemand voor een bepaalde tijd aannemen kan eigenlijk alleen maar via de mobiliteitspool."

    Hoe is de mobiliteitspool ontstaan?

    "De mobiliteitspool is ontstaan in september 2013. Het idee is ontstaan omdat we enerzijds zagen dat jonge predikanten soms moeilijk een baan vinden. Dat heeft ermee te maken dat voor gemeenten een net beginnende jonge predikant en een oudere predikant precies dezelfde kosten hebben. Dan kiezen ze vaak voor een meer ervaren predikant. We zagen dus dat er problemen waren aan de kant van jonge predikanten, maar aan de andere kant zijn er ook gemeenten die tijdelijk geen predikant voor onbepaalde tijd mogen beroepen. Bijvoorbeeld omdat twee gemeenten in een fusieproces zitten en nog niet helemaal kunnen overzien hoe de gemeente er straks precies uit gaat zien. In dat geval kan een tijdelijke predikant een veilige keuze zijn. Het kan ook zijn dat de huidige predikant van een gemeente met emeritaat gaat en dat het fijn is om een tijdelijke predikant aan te nemen om een periode te overbruggen. Het gaat zeker niet altijd om plekken die anders of moeilijk zijn. Vaak gaat het om hele gewone gemeenten waar het passend is om voor kortere tijd een predikant aan te nemen. Tijdelijk is de grote noemer, en dat is het meest aantrekkelijke aspect van de mobiliteitspool."

    "Nu, vier jaar verder, hebben we zo´n veertig predikanten aan gemeenten verbonden. In totaal hebben we tachtig mensen in de pool aan het werk. Dat zijn ook kerkelijk werkers, jeugdwerkers, interim-predikanten en mensen uit het categoriaal pastoraat. Een interim-predikant wordt via de pool verbonden aan een gemeente waar, zoals we dat noemen, ´huiswerk´ te doen is. Je zou kunnen denken aan een gemeente waar hele nieuwe beleidskeuzes worden gemaakt of een gemeente die een periode van rouw meemaakt, er is altijd een bijzondere opdracht. Interim-predikanten zijn ervaren predikanten met daarnaast een speciale tweejarige opleiding. Zij worden meestal voor zes maanden tot twee jaar aan een gemeente verbonden."

    Hoe helpt de mobiliteitspool gemeenten?

    "De mobiliteitspool ontzorgt gemeenten. We verzorgen bijvoorbeeld de totale werving en selectieprocedure en de contractsluiting. De mensen uit de pool komen bij ons in dienst, dus de dienstenorganisatie is de werkgever. Zou er iets niet goed gaan - een predikant kan bijvoorbeeld ziek worden - dan zullen wij gaan kijken naar vervanging en wat er verder moet gebeuren. Dat soort zaken moet een gemeente doorgaans zelf regelen. Je moet bedenken dat dit veel werk kan zijn en lokale gemeenten drijven vooral op hardwerkende vrijwilligers die het al druk hebben. Na de werving en selectie hopen we twee of drie kandidaten aan de gemeente te kunnen voordragen. De gemeente beslist met wie zij een match hebben, en als zij de kandidaten niet passend vinden dan gaan we gewoon verder zoeken. We laten de keuze echt over aan de gemeente en kandidaat."

    Dominee zoekt gemeente

    "Naast dat we één op één met een gemeente werken zijn er nog andere initiatieven om een passende predikant te vinden. Zo hebben we de dominee-date in het leven geroepen. Tijdens de dominee-date kunnen beroepingscommissies kennismaken met proponenten, en kunnen zij wederzijds aftasten of vervolgcontacten wenselijk zijn. Kort geleden was er weer zo'n dominee-date. Ik weet dat de deelnemende predikanten een heel aantal gemeenten hebben opgegeven waar ze mee verder zouden willen praten. Van de gemeenten weet ik dat zij ook met een heel aantal predikanten verder contact willen, er gaan dus zeker matches komen. Een gedeelte van de predikanten die voor vier jaar zijn aangenomen via de pool blijven bij hun gemeente. Deze gemeenten zijn zo tevreden dat ze de predikant graag voor vast willen beroepen."

    Zo weet je dat het een echte match is

    "Eigenlijk maken we hier alleen maar mooie matches. We zien vaak dat gemeenten op nieuwe wegen worden gezet. Natuurlijk zijn er soms ook onvoorziene veranderde omstandigheden binnen een gemeente of bij een beginnende predikant mogelijk. Niet alles valt te voorzien. Dat is niet anders dan in het reguliere beroepingswerk. Ik ken verschillende voorbeelden van gemeenten en predikanten die een bijzonder goede match zijn aangegaan door tussenkomst van de mobiliteitspool. Dit heeft zeker ook te maken met de werkwijze van de mobiliteitspool. Wij vragen proponenten een portfolio te maken. Deze portfolio's worden toegezonden aan de gemeente. Doordat de mobiliteitspool al een selectie heeft gemaakt zal de proponent altijd worden uitgenodigd door de gemeente. Ook wordt de proponent zo nog meer uitgedaagd om na te denken wat voor hem/haar in het gemeentewerk belangrijk is en waarom juist die gemeente. Door al dat voorwerk van het team van de mobiliteitspool is er veel meer kans van slagen. Mensen praten soms ronduit lyrisch over de gevonden predikant en hoe graag ze deze willen behouden. Als een gewoon beroep dan inmiddels wel mogelijk is, is dit heel fijn."

    Vooroordelen uit de weg werken

    "Gemeenten denken soms dat het beter is om een ervaren predikant aan te nemen, maar komen daar vaak op terug nadat ze in aanraking zijn gekomen met de werkwijze van de mobiliteitspool. Het blijkt echt een vooringenomenheid te zijn dat beginnende predikanten minder goed voor een gemeente zijn. We zien vaak dat zelfs hele jonge mensen, soms pas 23 jaar, een fantastische match kunnen zijn met de gemeente waar ze geplaatst zijn. Zo is er een jonge predikant vanuit de mobiliteitspool die heel goed het ouderenpastoraat heeft geherstructureerd en waar de gemeente echt verrast over was. Ook is er een predikant die op marktdag een open kerk houdt en veel gesprekken aangaat met verschillende mensen die de markt en gelijk ook de kerk bezoeken. Het brengt letterlijk nieuwe mogelijkheden binnen, nieuwe mensen maar ook mogelijkheden die zijn meegegeven door de opleiding. Dit gebeurt vast ook bij oudere, meer ervaren predikanten, maar deze beginnende predikanten verslaan het vooroordeel totaal. Gemeenten geven aan dat het voor hen veel oplevert en ze geven aan dat leeftijd geen rol hoeft te spelen, het gaat echt om de persoon."

    "We hebben ook gemerkt dat sommige proponenten denken dat je naar de mobiliteitspool gaat als het in het reguliere beroepingswerk niet zou lukken. Mijn team en ik waren daar heel erg verbaasd over, want de mensen die wij hier aannemen zijn sterke mensen. Het is eigenlijk het tegenovergestelde. Het zijn erg gemotiveerde en betrokken predikanten. We vinden het daarom heel erg jammer dat dit beeld zou heersen op de opleidingen. De mobiliteitspool is gewoon een extra mogelijkheid voor proponenten. Ze kunnen zich gewoon laten beroepen maar ook gebruik maken van de mobiliteitspool. We hebben ook beginnende predikanten die juist graag tijdelijk in dienst zijn om zo te starten als predikant en te kijken of dit echt is wat bij ze past. Dat kan ook een reden zijn om als proponent voor de mobiliteitspool te kiezen. Er zijn predikanten die tegen me zeggen:´Dit is geweldig, dit past juist goed bij mij. Over drie, vier jaar zie ik weer verder.'"

    Theologische discussie over beroepen

    "Sommige stromingen binnen de Protestantse Kerk reageren niet uitsluitend positief op de manier waarop de mobiliteitspool te werk gaat. Geloof in een roeping naar een bepaalde gemeente speelt hierbij een rol. Onze ervaring is dat verschil van visie op beroepen zeker speelt, dit speelt zowel voor proponenten als voor gemeenten. De orthodoxe flank van onze kerk heeft soms vragen bij deze manier van werken. Maar we hebben inmiddels ook mensen uit de meer behoudende kant van de kerk bemiddeld via de pool die hun werk en werkplek wel degelijk als roeping zien. Dit geldt ook voor de gemeenten waar ze geplaatst zijn, ook zij zien het als een antwoord op hun vragen. Werken via de mobiliteitspool kan dus zeker een vorm van een roeping zijn. Je komt dit ook tegen op je weg en gaat in gebed met de vraag: ´Is deze gemeente een plek waar ik kan staan?´ Als beide partijen dan zeggen: ´Ja, dit is het, wij trekken samen op´, dan ervaren mensen dat hetzelfde als dat je op een gewone manier beroept. De mobiliteitspool is met nadruk geen uitzendbureau voor predikanten. Het gaat echt om de inhoud, we gaan veel verder dan alleen uitzenden. Als er geen goede match in geloof is gemaakt dan doen we het niet."

    En de kerkelijk werkers?

    "Op dit moment zijn we ook bezig om meer kerkelijk werkers op te nemen in de pool. Bij de predikanten begeleiden we het proces heel intens en blijven we jarenlang verbonden aan de gemeente, we houden bijvoorbeeld jaarlijks evaluaties. Voor de kerkelijk werkers kan dit ook, maar daarnaast is het ook mogelijk dat wij alleen de wervings- en selectieprocedure verzorgen. Er komen zo meer mogelijkheden voor gemeenten om op verschillende manieren diensten af te nemen van de pool."

    De toekomst van de pool

    "We verwachten dat de vraag naar onze speciaal opgeleide interim-predikanten gaat toenemen. In 2019 start er weer een nieuwe opleiding, zodat we kunnen voldoen aan de vraag. We hopen dat we nog meer diensten op maat kunnen leveren aan gemeenten. Want dat is wat we hier willen bereiken: dienstbaar zijn aan de gemeente en aan de beroepskrachten zodat de goede man of vrouw op de juiste plek komt te staan. Er zijn namelijk steeds meer gemeenten die te maken hebben met afnemende bestuurskracht, waardoor ze echt geholpen worden als we hen ontzorgen, door inhoudelijke ondersteuning en de mogelijkheid van tijdelijkheid. Dat is mijn hoop voor de toekomst: dienstbaar zijn aan beide partijen ten behoeve van de gemeente."

    Contact

    Ben u door het lezen geïnteresseerd geraakt in het werk van de mobiliteitspool of heeft u een vraag hierover? Neem dan contact op via: (030) 880 1505 of: arbeidsbemiddeling@protestantsekerk.nl.

    Verder lezen? 

    Lees hier meer over hoe u aan het werk kunt gaan in de mobiliteitspool. 

    Lees hier meer over het beroepingswerk. 

    10 redenen om een kerkelijk werker te benoemen in uw gemeente.

    Met tassen vol koekjes op domineedate. 

     

  4. "Zij verlicht ons leven met deze maaltijd"

    Elke derde vrijdag van de maand krijgen ouderen in Driebergen een vijfgangendiner voorgeschoteld. De belangstelling is enorm, er zijn zelfs wachtlijsten. Bekijk het verhaal van Lidy Nijhof vanmiddag op NPO2. Hoofdredacteur Leo Fijen geeft alvast een voorproefje.

    Hoe licht kan doorbreken in de scheuren van het leven

    "Als ergens duidelijk wordt dat in de scheuren van het leven het licht van geloof en kerk kan doorbreken, dan is het wel in het verhaal van Lidy Nijhof. Veel te jong verloor ze haar man aan de ziekte ALS, veel te vroeg was ze weduwe en veel te veel was het allemaal in haar leven. Natuurlijk was ze boos op God, natuurlijk stelde ze zichzelf de vraag waarom dit haar en twee opgroeiende jongens moest overkomen. Maar ze deed meer. Ze wilde niet avond aan avond zitten mokken, ze wilde haar verdriet niet koesteren. Ze besloot van haar verdriet haar toekomst te maken. Ze wilde haar eigen eenzaamheid vruchtbaar maken naar anderen toe. En de protestantse kerk in Driebergen speelde daar een grote rol in. Want daar is Lidy Nijhof actief en vanuit die geloofsgemeenschap wordt onder de bezielende leiding van Lidy Nijhof al tien jaar lang een bijzondere activiteit georganiseerd. 'Eet mee in de kerk', heet het. Elke derde vrijdag van de maand krijgen ouderen uit de kerk en de buurt een vijfgangendiner voorgeschoteld. De belangstelling is enorm, er zijn zelfs wachtlijsten. De protestantse kerk werkt daarin samen met de andere kerken, maar heeft wel het voortouw genomen. En Lidy Nijhof is het stralende middelpunt: vanuit haar eigen gebrokenheid heelt verlicht ze de levens van veel ouderen. Natuurlijk doet ze dat niet alleen. De plaatselijke slager verzorgt de hoofdmaaltijd, talloze vrijwilligers helpen met eten en met het klaarzetten van de tafels. De dominee zet ook zijn beste beentje voor. En Lidy Nijhof krijgt zoveel warmte en waardering terug dat ze zich gedragen voelt. Ook door God zelf. Zo kan het verkeren in het leven, zonder dat het verdriet helemaal is verdwenen. Zo kan de kerk van belang zijn in het bestaan van Lidy maar ook in het leven van veel ouderen. Zo kan de kerk present zijn in de lokale samenleving en die presentie ook verbinden met het geloof. Want het diner wordt geopend met het Onze Vader. En veel ouderen ervaren deze maaltijd als genade van boven."

    - Leo Fijen, hoofdredacteur journalistiek en levensbeschouwing van KRO-NCRV

    Kijk dinsdagmiddag om 16.10 uur op NPO2 naarMet hart en Ziel, een programma van de NCRV in samenwerking met Protestantse Kerk in Nederland.

    Wilt u ook een maaltijd voor ouderen organiseren in uw kerk? ->Bekijk hier het draaiboek dat Lidy Nijhof gebruikt voor haar maaltijden.

  5. Pinksteren: 'Wat moeten wij doen?'

    'Wat moeten wij doen?' vragen de mensen zich tijdens het eerste Pinksterfeest af. Die vraag is nog steeds actueel, schrijft preses ds. Saskia van Meggelen. "Door Pinksteren ben ik vrij om een nieuwe wending aan mijn leven te geven."

    effect
    Wat raakt mij aan dat eerste Pinksterfeest, toen daar in Jeruzalem? Ik zou kunnen zeggen: die bijzondere tekenen, die zich daar lieten zien: windgeruis en vurige tongen… Ik zou het talenwonder kunnen noemen: mensen van overal vandaan horen in hun eigen taal van de grote daden van God. Maar mij raakt niets zo diep als het effect dat de preek van Petrus op de eerste Pinksterdag heeft op de luisteraars. ‘Wat moeten wij doen?’ vragen ze zich – haast vertwijfeld – af!

    wat moeten wij doen?
    Een vraag die zoveel in zich bergt. Schrik, verlangen, gevoel van momentum.
    Schrik als duidelijk wordt dat er in hun midden een Man onschuldig ter dood veroordeeld werd, een Man aan wie God nieuw leven gaf om het ongelijk te bevestigen, dat harde machten altijd winnen. Een Mens die verheven werd hoog boven allen, door God tot Heer en Messias aangesteld…
    Verlangen, omdat ze ontdekken dat dit ingrijpen van God iets voor henzelf mag betekenen, dat ze erbij willen horen, bij die opwekkingsbeweging die hier en nu in deze Jezus begonnen is.
    Gevoel van momentum, omdat het geen uitstel duldt. Hier en nu vraagt God iets van mij! ‘Wat moeten wij doen?’

    vandaag
    Wat raakt mij aan de beweging van de Geest in onze dagen? Ik zou kunnen zeggen: wat is het bemoedigend dat wereldwijd het christendom nog steeds groeit. Ik zou het élan kunnen noemen dat ik ons eigen land bespeur bij het ontstaan en vieren van pioniersplekken, ‘de Geest waait in de Protestantse Kerk’, hoorde ik onlangs zo’n pionier, buurtpastor zeggen. Maar mij raakt niets zo diep als het effect van het evangelie op mijzelf: wat staat mij te doen, als ik mijn leven in overeenstemming wil brengen met die bevrijdingsbeweging van de God van Israël in Jezus, zijn Zoon?

    adoptiekind
    Ik ben als buitenstaander niet van nature een kind van God, leer ik van Paulus, maar ik mag – geleid door de Geest – een kind van God worden. Een adoptiekind met gelijke rechten als die ware Zoon van God: Jezus Messias!

    wat moet ik doen?
    Pinksteren brengt ook bij mij een moment van schrik, een verlangen en een gevoel van urgentie.
    Schrik omdat ik ontdek dat mijn leven op zoveel vlakken helemaal niet beantwoordt aan Gods bedoelingen. Ik die afhankelijk ben van de mening van anderen. Ik die me uitentreuren probeer te bewijzen, de lat zó hoog leg, dat ik presteren móét, gelukkig zijn móét, dat ik alle ballen van het leven maar in de lucht moet zien te houden.
    Maar ook het verlangen, het verlangen om te veranderen. Om te leven zoals ik door God bedoeld ben, als een vrij en blij mens, zonder angst voor een oordeel van (W)wie dan ook, inclusief mezelf.
    En het gevoel van momentum: waarom niet nu? Hier, op dit moment? Omdat ik het nu nodig heb, omdat het zich nu aandient, omdat God het mij nu wil geven… Zo maak ik door Pinksteren pas op de plaats, ik laat los, ik keer mij om, ik ben zo vrij om een nieuwe wending aan mijn leven te geven.

    Allen die door de Geest van God worden geleid, zijn kinderen van God. U hebt de Geest niet ontvangen om opnieuw als slaven in angst te leven, u hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn.
    Romeinen 8: 14-15a

    Als je de Geest krijgt komt het op gang: net als met Pinksteren komt het op gang!

    Schep God, een nieuwe geest in mij,
    een geest van licht, zo klaar als Gij.
    Dan doe ik vrolijk wat Gij vraagt,
    en ga de weg die U behaagt.
    Lied 834: 2

    ds. Saskia van Meggelen
    Preses Generale Synode Protestantse Kerk

  6. Feest van de Geest: Een rondje kunst in de kerk

    Beeldende kunst in een inspirerende omgeving: tijdens het Feest van de Geest tonen lokale kunstenaars hun werk in de kerk. Volg de kunstroute langs Drentse kerken, van Hoogeveen via Westerbork naar Hollandscheveld. Of kijk naar het tv-programma Met Hart en Ziel (zie video onderaan bericht) waar het Feest van de Geest in Krimpen aan de IJssel in beeld wordt gebracht.

    Het Feest van de Geest vindt eens in de twee jaar plaats rond Pinksteren. Dit bijzondere kunstevenement begon in 2002 in Zuid- en Midden-Drenthe en wordt dit jaar voor de negende keer georganiseerd. Inmiddels doen er al meer dan honderd kerken aan mee in verschillende regio’s in Nederland.

    Zuid- en Midden-Drenthe

    Het thema van 2018 is Levensadem. In Zuid- en Midden-Drenthe zijn werken van negentien kunstenaars te zien, in dertien kerken. Ze hebben hun kunstwerk speciaal voor het Feest van de Geest gemaakt en mochten zelf kiezen in welke kerk ze willen exposeren. Bij het maken van hun kunstwerk lieten ze zich inspireren door Pinksteren en door de architectuur van het kerkgebouw. De kerken zijn geopend van 10 tot en met 13 mei en van 18 tot en met 21 mei, van 12.00-17.00 uur. Op deze data vinden er ook extra activiteiten plaats, zoals concerten. Op feestvandegeest.nl leest u wat er allemaal te doen is in de deelnemende kerken in Zuid- en Midden-Drenthe. Hier kunt u ook bekijken welke andere regio’s in Nederland meedoen aan het Feest van de Geest.

    Krimpen aan de IJssel

    Het tv-programma Met Hart en Ziel (dinsdag 15 mei 16.10 uur) volgt kunstenares Marian Kastelein. Zij werkt aan het project Feest van de Geest in Krimpen aan de IJssel. Voor haar kunstwerk gebruikte Marian bladzijden uit liedboeken en haar werk is te zien in de protestantse gemeente De Wingerd in Krimpen aan de IJssel. Prestantor Joanne Bijleveld bezoekt Marian in haar atelier en ze gaan samen naar de kerk om het kunstwerk op te hangen. Predikant Corinne Groenendijk verwelkomt hen. Marian: ‘Ik wil het kerkelijke en niet-kerkelijke met elkaar verbinden.’

     

     

  7. Hoe ga je als predikant of kerkelijk werker in gesprek met familie en huisartsen over het thema 'actieve levensbeëindiging' of 'voltooid leven'?

    Ds. Aart Mak begeleidt veel mensen die te maken krijgen met de dood. Wat zijn belangrijke aandachtspunten voor predikanten en kerkelijke werkers als het gaat om het thema 'voltooid leven'?

    1. Alles begint ermee dat je laat weten waar je als predikant of kerkelijk werker (verder: pastor) in dit veld staat. Dat doe je door er een keer een avond over te beleggen, er een artikel aan te wijden in je kerkblad, op je website of op je FB-pagina het onderwerp aan te kaarten en het ook niet te schuwen in je preken, publieke en persoonlijke gebeden in liturgische bijeenkomsten en bij huisbezoeken. 

    >Lees ook: Hoe organiseer je in de gemeente een gesprek over voltooid leven?

    2. Dit is een thema dat de publieke ruimte verdient. Binnen de gemeente kan er over gesproken worden, zelfs op een intieme wijze. Maar elk gemeentelid dat hiermee te maken krijgt, is ook verbonden met kinderen, vrienden en collega’s die ‘niet van de kerk’ zijn. De kerk bevindt zich niet op een eiland. Laat de mensen van de wijk of het dorp waar je kerkelijke gemeente zich bevindt, weten dat zulke thema’s bespreekbaar zijn. Betrek buurtgenoten en anderen bij het gesprek en de meningsvorming over zulke maatschappelijke thema’s. Zie bijvoorbeeld wat in woord&weg van februari 2018 stond over de gemeente in en rond de Joriskerk in Amersfoort.

    3. Waar het om gaat is dat mensen weten waar jij als pastor (voor) staat. Ik noem dit zo uitdrukkelijk omdat het terrein van euthanasie en voltooid leven complex is, emoties oproept, basale morele gedachten wakker maakt, raakt aan wat mensen als fundamenteel zien en een pastor in deze tijd gemakkelijk een aantal (voor)oordelen opgeplakt krijgt.

    4. Laat weten dat mensen hierover met jou als pastor het gesprek mogen aangaan, zowel het persoonlijke gesprek als het gesprek met anderen waar de kerkelijke gemeente dus de gelegenheid voor schept.

    5. Dit allemaal in de veronderstelling dat een pastor hier een eigen mening over heeft maar ook pastor is. Of je nu in algemene zin voor of tegen bent of dat je meent dat vragen van leven en dood alleen per situatie en per persoon beantwoord kunnen worden, het gaat erom dat jij als pastor bereid bent hierover een evenwichtig, open en respectvol gevoerd gesprek te openen. Als je dat voor jezelf helder hebt en daarover ook met je mede-ambtsdragers hebt gesproken, schuw dan niet enige bekendheid hieraan te geven, er nogmaals van uitgaande dat de kerkelijke gemeente niet een geïsoleerde groep binnen de samenleving is en dat dit thema ook in jouw kring een aantal mensen hoog zit.

    6. Het is vruchtbaar om contact met huisartsen en eventuele anderen in de gezondheidszorg op te nemen of te onderhouden, juist ook over deze zaken van leven en dood. Stimuleer, voor zover dat nog nodig is, dat zaken van ziekte en sterven, thuiszorg en wat daarbij nodig is, in teams van zorgverleners worden besproken waar jij als pastor ook een rol in hebt. Juist als het om terminaal zieke mensen gaat bij wie het naderende levenseinde vragen en onzekerheid oproept, kan een pastor met zijn pastoraal/psychologische bagage en ervaring van grote waarde zijn. Vraag een keer spreektijd aan in zo’n reguliere bijeenkomst van zorgverleners voor jouw specifieke invalshoek. Dan gaat het dus over de levensvragen, de existentiële leegte, het menselijk tekort, de aandacht voor de mens en niet de ziekte etc. etc.

    >Lees ook: Levenseindezorg vraagt om goede samenwerking

    Dan nu nader over jouw rol als pastor bij actieve levensbeëindiging of voltooid leven. Wat doe je bijvoorbeeld wanneer op jou als pastor een beroep wordt gedaan door iemand die niet meer langer wil leven?

    1. Maak kennis (voor zover nodig) en verzamel zoveel mogelijk informatie op jouw manier. Dan gaat het niet alleen om de ziektegeschiedenis, maar ook om de gemeenschap waarin iemand is ingebed, over belangrijke mensen in zijn leven en over het opsporen van thema’s en motieven die hem tot hiertoe hebben geleid.

    2. Vergewis je ervan hoe ver iemand in de gedachte aan actieve levensbeëindiging is. Belangrijk is voor de pastor te weten hoe het contact met de huisarts is. Minstens zo belangrijk is te achterhalen hoe het contact met andere leden in gezin of familie hierover is.

    3. Dan is het zaak ook eerlijk te zijn over jezelf, over waar jij staat en hoeveel ruimte jij hebt om mee te bewegen met de ander. Als dat over en weer helder is, sluit je als het ware een contract. Waar kan de ander op rekenen bij jou als pastor? Wat vraag jij als pastor van de ander? Zie het ook als een traject waar de balans van dit specifieke leven wordt opgemaakt en de vragen bij sterven en dood aan de orde moeten komen. Dat is wat je als pastor vraagt, minimaal.

    4. Niet onbelangrijk in je contact als pastor is het nagaan wat de oorzaak is van de doodswens. Communiceer met degene die het aangaat en zijn gezinsleden of het in jouw ogen ook spoort met wat in de wetgeving aangemerkt wordt als ondraaglijk en uitzichtloos lijden. Eerlijkheid en de blijvende bereidheid om het echte gesprek aan te gaan zijn nu van de grootste waarde in je uitstraling als pastor.

    5. Het kan ook nog gecompliceerder zijn. Iemand is nog goed, maar heeft als diagnose dat de dementie naderende is. Of iemand heeft een lange en treurige psychische geschiedenis achter de rug en wil niet voor de zoveelste keer opgenomen worden. Of iemand heeft zijn grote liefde verloren, raakt in een situatie van volkomen afhankelijkheid en heeft geen enkele smaak meer voor het leven. Alles kan, alles komt voor. Mensen zijn mensen; als iets kan, doemt ook op zeker moment de vraag op waarom het niet zou mogen.

    6. Wat de pastor doet, is een relatie opbouwen met degene die wil sterven. Dat geldt ook overigens voor de huisarts met zijn patiënt. Een relatie waarin u als een huisvriend op afstand, een vertrouwde maar ook objectieve raadsman of raadsvrouw, met die ander de onbekende wegen bewandelt.

    7. Betrek er vanaf het begin ook de verwanten bij. Pendel heen en weer tussen gesprekken met de betrokkene alleen en met hem, samen met de mensen om hem heen.

    8. Pastoraal gezien is uw houding er een van vragen stellen. Geen vragen om nieuwsgierigheid te bevredigen maar vragen om iemand te helpen af te dalen in zijn ziel. Achter elk antwoord komt weer een vraag tevoorschijn, tot het helder wordt, in een wankele zekerheid en gedragen door de liefde van de naaste mensen.

    9. Meestal komt iemand zelf met vragen en twijfels over de zin van het leven en aarzelingen over alle nuances tussen de natuurlijke en zelfgekozen dood. Opvallend vaak doemt een streng godsbeeld op waarin afwijzing van elk ingrijpen vooropstaat. Zo’n beeld komt ergens vandaan. Opvoeding, oordelen, angsten. En vooral ook uit het niet weten wat er na de dood zal zijn: een afrekening of een thuiskomen? Dit zijn de vragen en twijfels waarop de pastor alert moet zijn.

    10. Als het over de dood gaat, helpt het om als pastor te wijzen op het weinige dat hierover in de Schriften staat. Dat kan op zich al troostend zijn. Dus bied je ruimte om eigen gedachten, van de ander en van jezelf, aan de orde te laten komen. Dat kunnen beelden over de hemel zijn, maar ook grote begrippen als zonde en genade, oordeel en vergeving, behouden worden en boete doen. Ook hierin sluit je als pastor aan bij de denk- en geloofswereld van de ander, maar verhul je niet je eigen gedachten.

    11. Mensen hebben behoefte aan eerlijkheid. Wees dus als pastor eerlijk, juist ook in geloofszaken. Bij de naderende dood is er meer dan je denkt, meer behoefte aan een antwoord dan aan het Woord, meer aan reflectie dan aan de bron. Die bron komt vanzelf wel, dat donkere dal, de herder, het gekend zijn en de tranen die uit de ogen worden gewist.

    12. Als je durft, kun je de behoefte van iemand om dood te gaan testen. In een zich ontwikkelend gesprek kun je de tijdelijke rol spelen van degene die het niet begrijpt en zo de ander dwingt zich nog vasthoudender en meer weloverwogen uit te spreken.

    13. Als pastor vertegenwoordig je een traditie waarin de mens een kostbaar en geliefd wezen is en waarin ook nog eens klinkt dat dit waar blijft, ook al vindt de mens zelf van niet. Dat bepaalt m.i. de toon waar jij voor staat en in welke ruimte jij een helper en tegenover van die ander kunt zijn.

    14. Het komt vaak voor dat begrippen en termen als barmhartigheid, liefde, autonomie, gehoorzaamheid aan traditie, overgave en strijd een rol spelen. Zoek hierin ethisch en gelovig je eigen positie, in een openheid die de ander aanmoedigt diezelfde diepgang te vinden.

    15. Als het besluit is gevallen, na diepgaand beraad en in goed overleg, is het van belang bij die ander te blijven. Bied aan, als dan tenslotte de levensbeëindiging gaat plaatsvinden, dat je daarbij wilt zijn. Een pastor heeft een rol. Aan degene die gaat sterven kun je nog een zegen meegeven, een gedicht lezen of een klein ritueel uitvoeren. Daarmee help je ook de andere aanwezigen. Tijdens en na het sterven ben jij er voor de nabestaanden. Zij geven wel aan of en hoe ze je nodig hebben.

    16. Daarnaast kun je ook van betekenis zijn voor de arts(en). In een goede verstandhouding tussen pastor en huisarts weet de arts dat hij zich kan richten op de handeling die niet alleen concentratie vraagt maar ook emotioneel ingrijpend is. Een arts heeft doorgaans een band opgebouwd met zijn patiënt van wie hij nu ook afscheid moet nemen. Jij als pastor bent er ook voor hem, indien nodig, op z’n minst door hem in zijn handelen te steunen. Een kort gesprek na afloop heeft zin. Voor bijna alle huisartsen is dit geen dagelijkse routine.

    17. Met de nabestaanden is het zaak af te wegen of de actieve levensbeëindiging wel of niet genoemd moet worden bij de uitvaart.

    18. Doe net als de meeste huisartsen. Houd de rest van die dag vrij. Actieve levensbeëindiging bijwonen is ingrijpend.

    19. Ten slotte: het is, als je deel uitmaakt van een kerkelijke gemeenten en als ambtsdrager lid bent van een kerkenraad, van het grootste belang dat je over jouw rol en ruimte als pastor duidelijk bent. Je moet je hierin gesteund weten. Nooit mag achteraf jouw rol hierbij inzet worden van een heftige discussie tussen voor- en tegenstanders in jouw gemeente.

    Ds. Aart Mak is voorganger bij stichting Kerk zonder Grenzen en oprichter van MomenTaal, waar hij mensen begeleidt bij emotionele levensmomenten.

    Lees ook:

  8. Levenseindezorg vraagt om goede samenwerking

    Als arts een predikant of geestelijk verzorger betrekken bij iemand die aangeeft zijn leven te willen beëindigen? Het gebeurt nog te weinig, zegt Wim Graafland, gepensioneerd huisarts en lid van de werkgroep Pastoraat en gezondheidszorg van de Protestantse Kerk. Maar dat is geen onwil.

    Uit onderzoek dat de werkgroep Pastoraat en gezondheidszorg vorig jaar deed, in opdracht van het moderamen van de Protestantse Kerk, bleek dat predikanten en geestelijk verzorgers zich regelmatig te laat betrokken voelen bij mensen die hun leven willen beëindigen. Graafland: “Een van de dingen die uit dit onderzoek naar voren kwam, was de behoefte van predikanten om contact te hebben met de behandelend arts van hun pastoranten. Dat contact ontbreekt nu nog wel eens.” Om beide beroepsgroepen met elkaar in gesprek te brengen, organiseerde hij begin maart in Woerden een expertmeeting rondom het thema levenseindezorg, samen met Margriet van der Kooi, geestelijk verzorger van het St. Antonius Ziekenhuis.

    Geestelijke zorg gewaardeerd

    De bijeenkomst leverde een belangrijk inzicht op, vertelt Graafland. “De aanwezige artsen gaven aan dat ze inderdaad nauwelijks contact hebben met geestelijk verzorgers en predikanten, maar dat wél zouden willen. Geestelijk verzorgers hebben volgens hen echt wat te bieden, zeker in het geval van levenseindezorg. Ze staan echter niet op het netvlies van artsen, omdat ze zich - anders dan psychologen en maatschappelijk werkers - niet in hun netwerk bevinden.” Het contact tussen beide beroepsgroepen is dus niet vanzelfsprekend. “Eigenlijk zou dat in de bestuurlijk-politieke hoek geregeld moeten worden”, aldus Graafland. “Tijdens de expertmeeting werd een lans gebroken voor het opnemen van geestelijke verzorging in het basispakket. Dan worden geestelijk verzorgers toegevoegd aan het arsenaal van beroepsgroepen waar artsen nu al mee samenwerken, en komt deze zorg beschikbaar voor iedereen.”

    Wederzijds belang

    Zolang dat nog niet geregeld is, kunnen artsen en predikanten echter ook op een andere manier investeren in de onderlinge contacten. Graafland: “Het is belangrijk dat er op lokaal niveau netwerken ontstaan tussen artsen en geestelijk verzorgers. De expertmeeting in Woerden kan een voorbeeld voor andere regio’s zijn: organiseer een bijeenkomst waar artsen en geestelijk verzorgers met elkaar in gesprek kunnen gaan.” En dat gesprek hoeft niet alleen te gaan over het thema levenseindezorg. “Ook bij andere levensvragen kunnen geestelijk verzorgers een rol vervullen die weer anders is dan die van een psycholoog of maatschappelijk werker. Als arts heb ik bijvoorbeeld in het geval van relatie- of gezinsproblematiek regelmatig samengewerkt met predikanten of geestelijke verzorgers. Beide beroepsgroepen hebben belang bij een goede samenwerking.”

    Bent u predikant of geestelijk verzorger en hebt u goed contact met artsen in uw omgeving? Wij horen graag uw verhaal, via webredactie@protestantsekerk.nl.

    Lees ook:

    >Voor predikanten is er een themapagina beschikbaar over pastoraat bij actieve levensbeëindiging.

  9. Kerkenraad nieuwe stijl Goor roept vragen op. Ds. de Jong reageert.

    Het artikel over de kerkenraad nieuwe stijl van de Hofkerk in Goor werd in een paar dagen tijd duizenden keren gelezen. Zelfs de landelijke kranten, Nederlands Dagblad en TC Tubantia, pakten het nieuws op. Blijkbaar is een kerkenraad die zichzelf opnieuw uitvindt groot nieuws.

    Via social media reageerden mensen enthousiast: ‘dit willen wij ook in onze gemeente, hoe implementeer je zoiets?’. Maar er werden ook kritische vragen gesteld over de ambtsvisie achter deze opzet. ‘Hol je het ambt niet uit als je iedereen maar ambtsdrager maakt?’, vroegen mensen zich af.

    Tijd dus om deze vragen voor te leggen aan ds. Wim de Jong van de protestantse gemeente Goor:

    Hoe implementeer je zo'n nieuwe structuur?
    Implementatie is een proces, waarbij beleidsontwikkeling een belangrijke rol speel. Eerst moet je de vraag beantwoorden ‘hoe willen we gemeente zijn?’. Dit vraagt om een breed gesprek binnen de gemeente. Hoe staan de vrijwilligers er tegenover? Hoe staan de gemeenteleden er tegenover? Wat betekent het om ambtsdrager te zijn? Deze vragen hebben we eerst met elkaar besproken. Op basis daarvan hebben we besloten tot deze nieuwe opzet waarbij iedere vrijwilliger ambtsdrager kan worden als hij/zij dat wil. In Goor hebben de oude en nieuwe structuur nog een tijdje naast elkaar gefunctioneerd. Toen bleek dat de nieuwe structuur werkte, zijn we volledig overgestapt.

    Wat is de ambtsvisie hier achter? Degradeer je het ambt niet als je iedereen maar ambtsdrager maakt?
    Het gesprek over de visie op het ambt is erg belangrijk. Daarbij is het goed om ook het 'ambt van alle gelovigen' uit de Petrusbrief mee te nemen in het inhoudelijk gesprek. En het vraagt ook om een doordenking van de huidige samenleving en de manier waarop jongere mensen verplichtingen op kunnen nemen naast alle andere zaken die hen bezig houden. Wij hebben de tegenvraag gesteld: degradeer je het ambt niet als deze alleen is toegesneden op vutters die graag vergaderen?

    Is vergaderen met 80 mensen niet meer een gemeenteavond in plaats van een kerkenraadsvergadering?
    Spannende vraag die wij ons ook hebben gesteld. Toch blijkt op de gemeenteavond er voor een gedeelte ander publiek te komen. Veel 75+ers zijn geen ambtsdrager geworden, maar komen wel graag op gemeenteavonden, die meer een informatief karakter hebben.

    Hoe leid je überhaupt een vergadering van 80 mensen?
    Vergaderingen met grote groepen vraagt om een strakke discipline: driekwart van de vergadering is inhoudelijk gesprek in kleine groepjes. Deze groepjes doen een korte plenaire terugkoppeling voor de gehele kerkenraad. Dat werkt effectiever dan met 80 mensen tegelijkertijd overleggen. En hierdoor komen alle kerkenraadsleden aan het woord. In kleine groepjes praat je makkelijker mee dan in een grote groep. Zo voorkom je dat op een vergadering maar enkele mensen steeds aan het woord zijn.

    Daarnaast wordt aan de kerkenraadsleden gevraagd om vragen over agendapunten van te voren schriftelijk al door te geven. Dat vergt voorbereidingstijd van de kerkenraadsleden, maar scheelt tijd in zo’n grote vergadering. En natuurlijk kan er tijdens de avonden een gesprek ontstaan over een punt, dan is het aan de voorzitter om dit in goede banen te leiden.

    >30 april: Hofkerk Goor trekt jongere kerkenraadsleden door kerkenraad nieuwe stijl

  10. Hemelvaart: God raakt ons aan met de handen van Jezus

    Aan Maarten Luther werd eens gevraagd: ‘Als je beschermers je allemaal in de steek laten, waar zou jij dan heen moeten?’ Hierop zou hij gezegd hebben: ‘In elk geval ergens onder de hemel van God.’

    Sinds Hemelvaart zijn we nergens zonder God. Zo dichtbij de hemel is, zo dichtbij is God. Dan is Pasen echt helemaal Pasen. Waar je ook bent. Ik begrijp heel goed dat Jezus’ leerlingen bij zijn take off naar de hemel al heel snel vrolijk werden en God begonnen te prijzen. Hemelvaart is nooit stille donderdag geweest. Wat wil je ook? Jezus krijgt de hoogste positie. Vanaf nu gaat alles op zijn manier. Nooit meer is God zonder Jezus en nergens onder de hemel zijn we zonder God. Een kerkdienst op Hemelvaart is dan ook een must. Veel zingen, veel trompetten, en dan naar buiten. Regenbogen, fietsen, files. Kijk om je heen. Waar is de hemel? De hemel is God. Vanaf de schepping hangt de aarde aan de hemel. Dat zit goed. Vanaf Hemelvaart raakt God ons aan met de handen van Jezus. ‘Juicht, mensen, eng’len, samen. Juicht met een vreugd, die ‘t al verstomt, juicht allen! Amen, amen!’

    Ds. Piet de Jong, emerituspredikant in de Protestantse Kerk

    Ps. Het mooiste Hemelvaartslied is ‘Wij knielen voor uw zetel neer’, gezang 231 Liedboek voor de kerken

    Deze tekst komt uit het boek 'Met zonder Jezus'. In dit boekje gaan tien mensen in op wat Hemelvaart voor hen betekent. Gebeden, gedichten en andere teksten helpen om het feest van Hemelvaart dichterbij te brengen. Een kort overzicht tot slot laat zien hoe Hemelvaart in de loop der eeuwen (in de kerk) is gevierd.

  11. “Het mag geen knutselevenementje worden, dan schieten we ons doel voorbij”

    “Ik kwam een flyer tegen van Kliederkerk Naaldwijk, en vroeg m’n kinderen: ‘zullen we gaan?’ Ze stonden direct te juichen. We hadden geen idee wat het was, maar we vonden het geweldig: het laagdrempelige, het als gezin bezig zijn, de ontmoetingen."

    "Direct dacht ik: ‘dit moeten we ook in De Lier doen.’” Anita Bakker-Knoll, coördinator Kliederkerk De Lier, zet zich met hart en ziel in voor Kliederkerk. Samen met drie anderen organiseerde zij al zes keer Kliederkerk. Zij slaan hiermee een brug tussen jong en oud, en bereiken gezinnen die niet (vaak) naar de reguliere kerkdiensten komen.

    [Tekst gaat verder onder video]

    Uitzending 'Met hart en ziel' - 8 mei 2018

    Wat is Kliederkerk?

    Kliederkerk is een missionaire vorm van kerk-zijn waarin jong en oud samen op een creatieve manier de betekenis van Bijbelverhalen ontdekt. Een doorsnee Kliederkerk duurt ongeveer twee uur en bestaat uit drie onderdelen: samen ontdekken, samen vieren en samen eten. Het is een aanvulling op de reguliere kerkdiensten. Anita: “Op veel kerkplekken word je als gezin uit elkaar gehaald, maar kliederkerk brengt het gezin juist samen.”

    Beren op de weg

    Anita bleef diverse keren de Kliederkerk in Naaldwijk bezoeken met in haar achterhoofd haar droom voor een Kliederkerk in De Lier. Ze kwam nog drie Lierenaars tegen met dezelfde droom. “We zaten met z’n vieren naast elkaar en we zeiden: ‘zit hier soms team Kliederkerk De Lier?’ En ja, dat zijn we geworden.”

    Het team koos ervoor om te beginnen met een pilot van drie Kliederkerken in De Lier. Anita: “We zagen echt wel leeuwen en beren. Slaat het aan? Redden wij het met z’n vieren? Hoe doen we het financieel? Vinden we een gebouw en genoeg vrijwilligers? We hebben echt leren vertrouwen en bidden op uitkomsten. En die kwamen ook.”

    Kliederkerk De Lier was in eerste instantie niet verbonden aan een kerkelijke gemeente. Na drie succesvolle Kliederkerken besloten zij echter om door te gaan. Nu zijn zij verbonden aan de Raad van Kerken in De Lier, waarin vier gemeenten met diverse achtergronden zitten. Deze gemeenten ondersteunen Kliederkerk inhoudelijk: biddend en financieel.

    “We waren afgedraaid, maar het was zo leuk”

    Anita vertelt over de eerste keer Kliederkerk: “De eerste keer was heel spannend. We wisten niet wat we konden verwachten, maar we hoopten op 50 deelnemers. Het werden uiteindelijk 150 bezoekers,waarvan 75 kinderen. Prachtig, maar ook heel heftig. We waren afgedraaid, maar het was zo leuk en mensen reageerden zo enthousiast.” De zesde editie is inmiddels voorbij. Hoe zij steeds weer aan nieuwe ideeën komen? “We hebben een heel creatief team, maar daarnaast is er een facebookpagina waar mensen vanuit heel Nederland ruimhartig hun ideeën delen. De Bijbel is dik genoeg om veel materiaal uit te putten. Dat zit wel goed voor de komende jaren.”

    “Je achtergrond maakt niet uit, je bent welkom zoals je bent”

    De Lier wil met Kliederkerk gezinnen bereiken die niet (vaak) naar de reguliere kerkdiensten komen. Maar niet met als doel om hen weer in de reguliere diensten te krijgen. Anita: “Wij als christenen mogen vertellen over God, laten zien dat we van Hem houden en dat delen met al die kinderen.”

    Het team van Kliederkerk vindt het mooi dat zij ook vaak ‘drie generatie-gezinnen’ zien. Opa en oma, met een kind en een paar kleinkinderen. Of soms alleen grootouders met kleinkinderen. Anita: “Van de week zei een oma het nog: ‘Ik ben zo blij dat m’n zoon wel met mij en z’n kinderen naar Kliederkerk wil, dan heb ik dat tenminste met hen kunnen delen.’”

    Anita is blij dat Kliederkerk zo verbindend mag werken. “Je achtergrond maakt niet uit, je kerkelijke gemeente niet, je leeftijd niet. Je bent welkom zoals je bent. Ik ben heel blij dat ik daar een bijdrage aan mag leveren. De Lier heeft dat nodig: verbinding over grenzen heen. Ik kan hiermee een bijdrage leveren aan het bouwen van Gods Koninkrijk en het heel dichtbij zichtbaar maken.”

    Er hangen gedurende de Kliederkerk posters op met de bijbelse achtergrond van het thema, en de activiteit. Tijdens het ‘kliederen’ gaan vrijwilligers met ouders en kinderen in gesprek hierover. Anita is er zeker van dat God te vinden is in het creatief bezig zijn: “We vinden het belangrijk dat ouders weten wat er achter al dat geknutsel zit. Het mag niet enkel een knutselevenementje worden, dan schieten we ons doel voorbij.”

    Scholen helpen mee

    Kliederkerk De Lier werkt nauw samen met alle vijf de basisscholen. De scholen helpen mee aan de PR rond Kliederkerk, zoals het verspreiden van posters en het versturen van nieuwsbrieven. Ook stellen zij hun school ter beschikking als locatie voor Kliederkerk. Anita vertelt over de samenwerking: “Goede samenwerking is naar mijn idee elkaar goed informeren, elkaar meenemen en vrijmoedig durven vragen. Die samenwerking vinden wij heel belangrijk vanwege onze gezamenlijke doelgroep. Het draagt bij aan de maatschappelijke functie van een school en Kliederkerk heeft een geweldige laagdrempelige locatie, ingericht op kinderen.”

    Met Hart en Ziel

    Op dinsdag 8 mei om 16.20 uur is Kliederkerk De Lier op tv te zien in een reportage van 'Met Hart en Ziel' op NPO 2.

    Meer weten over Kliederkerk? Kijk op de website van Kliederkerk.

  12. Ruimte maken voor een openhartig gesprek: wat bezielt je echt?

    Met een maaltijd verleiden we mensen over de kerkdrempel te stappen voor een maaltijd, maar praten over wat ons ten diepste bezielt is moeilijk, terwijl dat zo aanstekelijk kan werken. En een gemiste kans, want als we zwijgen, verdampt het verhaal.

    “In Nederland is het gewoon elkaar niet lastig te vallen met onze levensovertuigingen. Iedereen is vrij om te geloven of niet te geloven wat hij of zij wil. We zijn het niet gewend ons geloof te delen, zelfs niet met geloofsgenoten. En waar we er wel over willen vertellen, komt de vraag naar boven: wat heb ik eigenlijk te delen?” Aan het woord is Sake Stoppels, wetenschappelijk beleidsmedewerker bij de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk en universitair docent praktische theologie aan de Vrije Universiteit.

    Nieuwe manier van leven

    Een zekere schroom en terughoudendheid in geloofscommunicatie is heel gezond, vindt Stoppels, maar jarenlange betrokkenheid bij een geloofsgemeenschap zal in een mensenleven toch sporen moeten achterlaten? “Daarover zouden we elkaar in de gemeente moeten durven vertellen. Wat doet het geloof met mij? Heeft het mijn leven veranderd en vernieuwd en zo ja, waar en hoe? Vind ik er steun aan en helpt het me richting in mijn leven te vinden? De Bijbel is vol van vernieuwing, van een nieuwe manier van kijken en denken, van bekering, van groei. We vinden dat weerspiegeld in de kerkdiensten. Daarin gaat het vrijwel altijd ook over omkeer en een andere, nieuwe manier van leven. Maar wat zien we daarvan terug in ons eigen leven en in het leven van de gemeente?”
    Stoppels noemt als voorbeeld de theoloog Harry Kuitert die schreef dat we vroeger onze geloofsdoos ongeopend doorgaven aan de volgende generatie. “De inhoud deugde, dat wist je gewoon. Dat is nu voorbij, mede vanwege de talloze alternatieven op het gebied van zingeving. De doos moet open. Dat kan confronterend zijn, maar uiteindelijk is het heilzaam. Daarom is het goed hierover met elkaar in gesprek te gaan.”

    In gesprek

    “Zo’n gesprek kan natuurlijk alleen maar binnen een veilige setting plaatsvinden”, zegt Nynke Dijkstra-Algra, specialist missionaire projecten en gemeenten bij de dienstenorganisatie. “Als we echt open met elkaar in gesprek durven gaan, biedt ons dat zicht op elkaars leven en de sporen die het evangelie daarin getrokken heeft. De schroom overwinnen we niet ineens, dat is een proces, een oefening. Het begint bij eerlijk zijn, en niet van elkaar en onszelf te verwachten dat we in één keer woorden vinden. Als het om zoiets intiems als je geloofsbeleving gaat, zijn directe vragen te bedreigend. Stel vragen ‘via de band’: wie heeft jou geïnspireerd, van wie heb jij geloven geleerd? Welke liederen, Bijbelgedeelten, teksten bemoedigen en troosten jou?”

    Wat is de ‘winst’ van spreken over ons geloof, waarom zouden we het eigenlijk doen? Dijkstra-Algra: “Een kerkenraadslid zei eens dat je er niet aan moest beginnen. Het zou alleen maar leiden tot gedoe en onenigheid.’ De grote diversiteit in zijn gemeente leidde ertoe dat er gezwegen werd. Maar dan doe je jezelf en anderen te kort. Een openhartig gesprek over ons geloof, onze motivatie, kan leiden tot verdieping en inspiratie. Zo kunnen we elkaar leren respecteren, en zo kunnen we van elkaar leren. En dat is niet alleen van belang voor het kerk-zijn nu, maar ook met het oog op de generaties die komen. Als we zwijgen, verdampt het verhaal. Als we delen wat ons beweegt en bezielt, kan dat aanstekelijk werken. Zo kunnen mensen opnieuw of voor het eerst geraakt worden door het evangelie. Het onderlinge gesprek is daartoe een opstapje.”

    Basis voor beleid

    Ook voor het gemeente-zijn is het goed het geloofsgesprek te voeren, vult Stoppels aan. “Waar en hoe worden we geraakt door het evangelie? Is dat bijvoorbeeld vooral in de eredienst, is het in de kleine groep, of is het misschien juist op plekken buiten onze lokale gemeente? Welke kaders bieden de grootste kans dat er werkelijk iets met ons gebeurt? Hierdoor wordt de vruchtbaarheid maar misschien ook de vruchteloosheid van het gemeente-zijn zichtbaar. Het schept een basis voor gericht beleid. Als we hier een goed beeld van krijgen, schept dat een goed vertrekpunt voor missionaire gemeenteopbouw.”

    Back to basics
    Sake Stoppels en Nynke Dijkstra-Algra schreven samen Back to basics, zeven cruciale vragen rond missionair kerk-zijn, bedoeld om het gesprek over deze vragen te stimuleren. U kunt het boek bestellen via protestantsekerk.nl/webwinkel (€ 9,90).

    Dit artikel komt uit het meinummer van woord&weg. Gratis een proefnummer bestellen? Mail dan naar wew@protestantsekerk.nl.

  13. Geloofsgesprek: Het woord bij de daad

    Gelovigen moeten niet alleen 'de daad bij het woord voegen', maar vooral ook 'het woord bij de daad'. Het is de hoogste tijd om ons te bekwamen in het geloofsgesprek, aldus ds. René de Reuver (scriba generale synode).

    'Niet lullen, maar poetsen'

    Als kind ben ik opgevoed onder de rook van Rotterdam. Mijn middelbare school stond op een steenworp afstand van het Feijenoordstadion. Elke dag fietste ik langs De Kuip. De Feijenoordleus ‘geen woorden maar daden’ herkende ik van huis uit. Hoewel mijn vader een man van het woord was, hield mijn moeder van aanpakken. Voor haar geldt nog steeds: niet kletsen, maar doen. Of in plat Rotterdams: ‘niet lullen, maar poetsen’. Er moet gewerkt worden. De daad moet bij het woord gevoegd worden…

    Hete hoofden en kouden harten

    Deze instelling heeft ook in de kerk haar duizenden verslagen. Lezen we al niet in de Bijbel dat het geloof moet blijken uit de werken? De recente geschiedenis heeft aan deze instelling zeker ook volop bijgedragen. Wat is er voor en na de Tweede Wereldoorlog niet eindeloos gepraat over het geloof. Alsof het geloof in sluitende redeneringen gevangen en op formule gebracht moest worden. Het leidde doorgaans tot hete hoofden en koude harten discussies. U herinnert het zich misschien nog wel. Jij herkent het misschien wel uit verhalen van je opa of oma. 

    Veel daden spreken van geloof

    Deze woordenstrijd was geen reclame voor het geloof. Sommigen verloren er zelfs hun geloof door. Velen kozen voor ‘geen woorden, maar daden’. Zij pasten voor al het gediscussieer en kozen voor concreet geloven. Soms binnen, soms buiten de kerk. Concreet door zich in te zetten voor mensenrechten, wereldvrede, zorg om zieke en kwetsbare mensen, enz. Voor geloof dat blijkt uit daden (zie: Jakobus 2:18). Tot op de dag van vandaag spreken daden van veel gelovigen. Het is algemeen bekend dat ‘kerkmensen’ zich meer dan gemiddeld inzetten voor een zorgzame en vreedzame samenleving. Prachtig. Veel daden spreken van geloof.

    Geloofstaal leren spreken

    Alleen, om in daden geloof te kunnen horen, moet je vertrouwd zijn met geloofstaal. En hier zit de kneep in onze huidige samenleving. De bekendheid met het christelijk geloof is aan het verdampen. Bijbelverhalen zijn steeds minder bekend. Kerk en geloof worden gezien als iets voor liefhebbers. Privé, voor achter de voordeur. Geloofstaal wordt nauwelijks nog verstaan, terwijl deze taal onmisbaar is om door daden heen geloof te horen.

    Taal is nodig om daden te kunnen duiden. Taal die woorden geeft aan daden. Geen uit een boekje geleerde formules, maar taal die uit het hart komt. Die soms stamelend, soms vurig iets verwoordt van wat een mens ten diepste drijft, gaande houdt, inspireert. Van wat, dieper: van Wie je draagt.

    Decennia lang moest de daad bij het woord gevoegd worden om als gelovige niet in goedkoop en wereldvreemd gepraat te verzanden. De uitdaging waar we nu voorstaan is precies omgekeerd. Om de hartenklop van Gods liefde achter daden te kunnen verstaan, moet het woord bij de daad gevoegd worden. Dit is nog niet zo eenvoudig. Spreken van elke taal, ook van deze vraagt om oefening. Persoonlijk en met elkaar. De praktijk waar deze taal geleerd wordt is het geloofsgesprek.

    Ik nodig u van harte uit om mee te doen met dit geloofsgesprek. Om in de vertrouwdheid van een kleine groep, met elkaar te delen wat u troost en bemoedigt. Om geloofstaal te oefenen en authentieke woorden te vinden die uw leven glans geven. Om woorden te vinden die anderen helpen uw leven te horen als een getuigenis.

    Ds. René de Reuver, scriba generale synode

    Zie ook:

  14. Dankgebed voor bevrijding

    U, God, danken wij voor Wie Gij voor ons zijt, God van bevrijding, Naam ons gegeven.

    U danken wij
    voor uw aanzet tot licht,
    voor de weidsheid van de aarde
    en de ruimte die Gij gaf
    aan veelkleurig leven.

    U danken wij
    voor uw minutieuze trouw
    en lichtjaren liefde,
    ons, mensen, toegedicht.

    U danken wij voor Jezus,
    hemellichaam vol zon,
    ondergegaan in ons bijtend bestaan,
    opgekomen uit de dood,
    voorgoed ontketend licht.

    U danken wij
    voor uw Geest,
    die zucht van verlichting,
    die troost in benauwenis,
    die ademstoot van hoop.

    U danken wij
    voor daden van bevrijding
    en woorden die goeddoen,
    voor elke handreiking die eenzaamheid doorbreekt,
    en het kleine, grote verzet tegen onrecht.

    U danken wij
    voor de vrijheid die wij koesteren
    en de rechtstaat waarin we leven.

    Wie voor deze vrijheid hun leven gaven,
    wie deze hoge prijs nu betalen,
    elders in de wereld,
    vertrouwen wij U toe,
    God van leven.

    U bidden wij,
    voor allen die vandaag niet in vrijheid leven,
    mensen in dictaturen,
    voor gewetensgevangenen
    en vervolgden
    vanwege hun ras, sekse, geaardheid, overtuiging of geloof.

    U bidden wij
    voor militairen op vredesmissies
    en diplomaten van de Verenigde Naties.

    U bidden wij
    voor vluchtelingen en zoekers naar geluk,
    op de wegen van de wereld, op de stoep van ons huis.

    U bidden wij
    voor hen die zich onvrij voelen,
    omdat ze niet kunnen zijn wie ze zouden willen zijn
    of omdat allerlei stemmen in hun hoofd huizen.

    U bidden wij
    om vrede,
    om vrede tussen landen en volkeren,
    om vrede tussen mensen onderling,
    om vrede met onszelf,
    om vrede met U.

    U, God, danken wij
    voor Wie Gij voor ons zijt,
    God van bevrijding,
    Naam ons gegeven.

    Ds. Nielspeter Jans, predikant Vrijheidskerk Alkmaar

    Lees ook:

     

  15. Het Onze Vader: gebed van verzet

    Volgens ds. Klaas Henk Ubels, hoofdkrijgsmachtpredikant, is het Onze Vader een gebed van verzet. "Het was volkomen vanzelfsprekend voor mijn grootouders en moeder om zich in te zetten voor mensen die bedreigd worden. Om je te verzetten tegen onrecht en onderdrukking. En om op die manier Gods naam te heiligen, waar het gebed over spreekt."

    Dit jaar is uitgeroepen tot het Jaar van Verzet.
    Het gebed dat Jezus ons geleerd heeft, het Onze Vader,
    is door alle tijden heen ook een gebed van verzet.

    Ik moet daarbij denken aan het ouderlijk huis van onze moeder, Henny Kramer.
    Daar heeft steevast dagelijks het Onze Vader geklonken.
    Onze moeder was 14 jaar toen Nederland door Nazi-Duitsland werd bezet.
    Op het Drentse platteland, waar zij als boerendochter opgroeide,
    werd de ogenschijnlijk vreedzame boerderij een haard van verzet.
    Joodse onderduikers hebben er de bezetting overleefd.
    Broers van haar gingen in het gewapend verzet.
    En onze moeder heeft als tienermeisje
    veel joden naar onderduikadressen gebracht.
    En ze was koerierster van het illegale blad Trouw.
    Aan het einde van de oorlog werd zij verraden.
    Ze kreeg dit nog net op tijd te horen.
    Een kwartier voordat de Duitsers haar wilden komen halen,
    kon ze vluchten naar de boerderij van een neef.

    Wat mij in de verhalen van onze moeder fascineerde
    was de vanzelfsprekendheid waarmee het verzet bij haar thuis vorm kreeg.
    Ik denk dat het Onze Vader hier een rol in heeft gespeeld.
    Het werd op de boerderij elke dag hardop bij de maaltijd gebeden.
    En was vermoedelijk een belangrijke inspiratiebron voor het verzetswerk.
    Het was volkomen vanzelfsprekend voor hen
    om je in te zetten voor mensen die bedreigd worden.
    Om je te verzetten tegen onrecht en onderdrukking.
    En om op die manier Gods naam te heiligen,
    waar het gebed over spreekt.
    Daar hoef je geen lintje voor, dat doe je gewoon.
    Ook al is het met gevaar voor eigen leven.

    Veel verzetsstrijders hebben de oorlog niet overleefd.
    Ook zij wisten zich mogelijk geïnspireerd door het Onze Vader.
    Vooral naar hen gaan dit jaar onze gedachten uit
    nu wij gaan luisteren naar het gezongen Onze Vader.

    Deze tekst is uitgesproken tijdens herdenkingsbijeenkomst in de Nieuwe Kerk in Amsterdam op 4 mei 2018

Ga naar boven
JSN Boot template designed by JoomlaShine.com